Instellingen
USB
— De gegevenskabelinstellingen bewerken.
●
Bestemmingen
— Nieuwe toegangspunten definiëren
●
of bestaande toegangspunten bewerken. Sommige of alle
toegangspunten kunnen door de serviceprovider vooraf
zijn ingesteld voor het apparaat. Het is misschien niet
mogelijk om nieuwe instellingen toe te voegen of om
instellingen te wijzigen of te verwijderen.
Packet-ggvns
— Definieer wanneer het packet-
●
gegevensnetwerk wordt aangekoppeld en voer de naam
van het standaard packet-geschakelde toegangspunt in
dat moet worden gebruikt als u het apparaat als modem
voor een computer gebruikt.
Gegev.oproep
— Geef de lengte van de time-outperiode
●
op waarna gegevensoproepverbindingen automatisch
worden beëindigd.
Presence
— Bewerk de instellingen voor beschikbaarheid
●
(netwerkdienst). Neem contact op met uw serviceprovider
als u zich op deze dienst wilt abonneren.
SIP-instellingen
— SIP-profielen (session initiation
●
protocol) weergeven of maken.
XDM-instellingen
— Maak een XDM-profiel. Het XDM-
●
profiel is vereist voor allerlei communicatietoepassingen,
bijvoorbeeld Beschikbaarheid.
Externe stations
— Sluit het apparaat aan op een extern
●
station.
Configuraties
— Vertrouwde servers waarvan het
●
apparaat configuratie-instellingen kan ontvangen
bekijken of verwijderen.
Tgpt.namen bhr.
— Packetgegevensverbindingen
●
beperken.
66
Toepassingsinstellingen
Selecteer
Instrumntn
>
Toepassingen.
Selecteer een toepassing in de lijst om daarvan de
instellingen aan te passen.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.
Instellingen
en
>