C.
Laat de motor draaien en zet de
dodemanshendel vrij. Stel de tractiehendel
in werking. De motor moet afslaan.
D.
Zet de motor uit en de dodemanshendel
vrij. Schakel vervolgens de tractiehendel in
en probeer de motor te starten. De motor
mag niet starten.
E.
Zet de dodemanshendel vrij en de
tractiehendel in neutraal en start de motor.
Knijp in de dodemanshendel en schakel
de tractieaandrijving in. De tractie moet
ingeschakeld worden en de motor moet
blijven draaien.
3