Download Print deze pagina

Wilo Helix V Inbouw- En Bedieningsvoorschriften pagina 17

Installeer de motor op de pomp met schroeven (voor de grootte
van het FT-lantaarnstuk, zie de productaanduiding) of met de
pomp meegeleverde bouten, moeren en hanteringsmiddelen
(voor de grootte van het FF-lantaarnstuk, zie de productaan-
duiding); controleer het vermogen en de afmetingen van de
motor in de Wilo-catalogus.
LET OP
Het vermogen van de motor kan worden aangepast
aan de vloeistofeigenschappen. Neem zo nodig con-
tact op met de Wilo-servicedienst.
Sluit de koppelingsbeveiligingen door alle met de pomp meege-
leverde schroeven aan te halen.
Voer een elektrische continuïteitstest uit aan het uiteinde van
de motoropstelling.
6.4
Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING
Gevaar voor elektrische schok!
Gevaarlijke situaties vanwege de elektrische stroom
moeten worden uitgesloten.
• Werkzaamheden in verband met de elektriciteit
mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwali-
ficeerde elektricien!
• Alle elektrische aansluitingen mogen pas worden
gemaakt nadat de elektrische voeding is uitgescha-
keld en is beveiligd tegen inschakeling door onbe-
voegden.
• Voor een veilige installatie en werking is een cor-
recte aarding van de pomp op de aardingsklemmen
van de voeding nodig.
Zorg ervoor dat de gebruikte bedrijfsspanning, voltage en fre-
quentie voldoen aan de gegevens op het typeplaatje van de
motor.
De pomp moet aangesloten worden op de spanningsvoorzie-
ning met een stevige kabel die is uitgerust met een geaarde
stekkerverbinding of een hoofdstroomschakelaar.
Driefasenmotoren moeten worden aangesloten op een goedge-
keurde veiligheidsschakelaar. De ingestelde nominale stroom
moet gelijk zijn aan de elektrische specificaties op het type-
plaatje van de pompmotor.
De voedingskabel moet zo worden gelegd, dat deze niet in aan-
raking komt met het leidingsysteem en/of de pomp en het mo-
torhuis.
De pomp/installatie moet worden geaard volgens de plaatselijke
voorschriften. Als extra beveiliging kan een aardlekschakelaar
worden aangebracht.
De aansluiting op het net moet overeenkomstig het aansluit-
schema in Fig. 5 worden aangelegd (voor ongeregelde pompen)
of met het schema in de handleiding voor de aandrijving (voor
toerengeregelde pompen).
Driefasenmotoren moeten worden beveiligd door een stroom-
onderbreker die geschikt is voor de IE-klasse van de betreffen-
de motor. De huidige instelling moet worden aangepast aan het
gebruik van de pomp, maar mag de I
plaatje van de motor staat, niet overschrijden.
6.5
Bediening met frequentieomvormer
De gebruikte motoren kunnen worden aangesloten op een fre-
quentieomvormer om de prestaties van de pomp aan te passen
aan het bedrijfspunt.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Helix V, FIRST V, 2.0-VE 22, 36, 52, 80, 105 • Ed.01/2025-02
-waarde die op het type-
max
De omvormer mag op de motorklemmen geen spanningspieken
van meer dan 850 V en een dU/dt-helling van meer dan 2500 V/
μs genereren.
Voor hogere waarden moet een geschikt filter worden gebruikt:
neem contact op met de fabrikant van de omvormer voor het
bepalen en selecteren van dit filter.
Volg voor de installatie strikt de instructies op het gegevens-
blad van de fabrikant van de omvormer.
Het minimale variabele toerental mag niet lager worden inge-
steld dan 40 % van het nominale toerental van de pomp.
7
Inbedrijfname
Haal de pomp uit de verpakking en voer de verpakking op een mili-
euvriendelijke manier af.
7.1
Vullen van de installatie - Ontluchting
VOORZICHTIG
Risico van beschadiging van de pomp
Laat de pomp nooit zonder vloeistof draaien.
De installatie moet worden gevuld voordat de pomp
wordt opgestart.
Ontluchtingsprocedure – tijdens het pompen moet er voldoende
toevoerdruk zijn (Fig. 3)
Sluit de twee veiligheidskleppen (2, 3).
Schroef de ontluchtingsschroef los van de vulplug (6a).
Open voorzichtig de veiligheidsklep aan de zuigzijde (2).
Draai de ontluchtingsschroef opnieuw vast als er lucht ontsnapt
bij de ontluchtingsschroef en de verpompte vloeistof stroomt
(6a).
WAARSCHUWING
Gevaar van brandwonden!
Als de verpompte vloeistof heet is en onder hoge
druk staat, kan de stroom die uit de ontluchtings-
schroef ontsnapt, brandwonden of ander letsel ver-
oorzaken.
• Verzeker u ervan dat de ontluchtingsschroef zich
in een geschikte en veilige positie bevindt.
• Ga altijd voorzichtig te werk wanneer u de ont-
luchtingsschroef opent.
Open de veiligheidsklep aan de zuigzijde volledig (2).
Start de pomp en controleer of de draairichting overeenkomt
met de specificaties op het typeplaatje. Indien dit niet het geval
is, verwissel dan de twee fasen in de klemmenkast.
VOORZICHTIG
Risico van beschadiging van de pomp
Een verkeerde draairichting tast de werking van de
pomp aan en kan leiden tot beschadiging van de
koppelingen.
Open de veiligheidsklep aan de afvoerzijde volledig (3).
Ontluchtingsprocedure – pomp in afzuigmodus (Fig. 2)
Sluit de veiligheidsklep aan de afvoerzijde (3).
Open de veiligheidsklep aan de zuigzijde (2).
Verwijder de vulplug (6b).
Open de ontluchtingsplug gedeeltelijk (5b).
nl
17
loading