6. Het waterfilter (11) weer in de pomphouder (20) plaatsen.
20
7. Het waterreservoir vullen met vers drinkwater, als het
apparaat weer in gebruik moet worden genomen (zie water
bijvullen).
8. Het bovengedeelte (19) van het apparaat weer op het
waterreservoir (5) plaatsen.
9. Sluit de houders bij het bovengedeelte (19) van het
apparaat aan beide zijden.
19
22
Verdampingsfilter vervangen
11
Het verdampingsfilter moet bij sterke vervuiling worden
vervangen.
De termijn voor het vervangen van het verdampingsfilter is bij
normaal gebruik ca. 1 jaar.
Laat het verdampingsfilter voor het verwijderen uit het apparaat
drogen.
1. Het luchtfilter (8) uit het apparaat verwijderen.
luchtkoeler PAE 60 / PAE 61 / PAE 80 / PAE 81
Let op
Het apparaat mag in de bedrijfsmodus luchtkoeling niet
zonder verdampingsfilter worden gebruikt, omdat
anders de Koeling niet werkt.
Let op
Gebruik het apparaat nooit zonder geplaatst luchtfilter!
Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,
hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en het
apparaat worden beschadigd.
8
NL