BASISCOMMUNICATIE
SSB-ZENDING
SSB is de meest gebruikte modus op de HF-
amateurradiobanden. Vergeleken met andere stemmodi
heeft SSB slechts een smalle communicatiebandbreedte
nodig. Met SSB kunt u ook communiceren over lange
afstanden met een minimaal zendvermogen.
Als u meer informatie nodig hebt over ontvangen, raadpleeg
"BASISBEDIENING" vanaf pagina 10.
1 Selecteer een bedieningsfrequentie.
2 Druk op [LSB/USB] totdat "USB" of "LSB" verschijnt op
het bedrijfsmodusdisplay.
•
Als de gewenste zijband ("USB" of "LSB") niet
verschijnt, selecteert u eerst de andere zijband. Druk
vervolgens op [LSB/USB]. De modusindicator wijzigt
naar uw zijband.
•
"USB" is de bovenste zijband en "LSB" de onderste
zijband. USB wordt doorgaans gebruikt voor de
communicatie voor 10 MHz en hoger terwijl LSB
wordt gebruikt voor frequenties van onder de 10
MHz.
3 Druk op [MIC (CAR)] om de microfoonversterking af te
stellen.
•
Het huidige versterkingsniveau wordt getoond op de
subdisplay.
4 Druk op Mic [PTT] en houd deze toets ingedrukt.
•
De TX-RX-LED brandt rood.
•
Raadpleeg "VOX" {pagina 30} voor informatie over
automatisch schakelen tussen TX/ RX.
5 Spreek in de microfoon en draai de MULTI/CH-regelknop
zodat de ALC-meter is afgestemd op uw stemniveau
maar niet de ALC-grens overschrijdt.
•
Spreek met uw normaal stemgeluid en -bereik.
Houdt u uw mond te dicht bij de microfoon of spreekt
u te luid, dan kan dit leiden tot stemvervorming en
kan dit de verstaanbaarheid verminderen op het
ontvangende station.
•
U kunt de spraakverwerker gebruiken. Raadpleeg
"SPRAAKVERWERKER" {pagina 31} voor meer
informatie.
6 Laat Mic [PTT] los om terug te keren naar de
Ontvangstmodus.
•
De TX-RX-LED brandt groen of schakelt afhankelijk
van de SQL-regelstand uit.
7 Druk op [MIC (CAR)] of [CLR] om de afstelling van
microfoonversterking te sluiten.
Raadpleeg "COMMUNICATIEHULPMIDDELEN" vanaf
pagina 28 voor informatie over extra nuttige bedrijfsfuncties.
FM-ZENDING
FM is een veelgebruikte communicatiemodus op VHF- of
UHF-frequenties. Voor de HF- en 6 m band, worden de 29
MHz en 51-54 MHz banden doorgaans gebruikt voor FM-
bediening. U kunt ook 10 m/ 6 m band-repeaters gebruiken
om uw vrienden te bereiken als ze buiten uw bereik vallen.
Vergeleken met de SSB- of AM-modus hebt u voor FM een
bredere bandbreedte nodig. FM biedt echter wel de beste
geluidskwaliteit. Als u het volledige onderdrukkingsaspect
van FM-signalen combineert, dat achtergrondruis op de
frequentie onderdrukt, kan FM de beste methode zijn voor
communicatie met uw plaatselijke vrienden.
Als u meer informatie nodig hebt over ontvangen, raadpleeg
"BASISBEDIENING" vanaf pagina 10.
1 Selecteer een bedieningsfrequentie.
2 Druk op [FM/AM (FM-N)] totdat "FM" verschijnt.
•
Als "FM" niet verschijnt, selecteert u "AM" en drukt u
op [FM/AM (FM-N)]. De modusindicator wijzigt naar
"FM".
3 Druk op Mic [PTT] en houd deze toets ingedrukt.
•
De TX-RX-LED brandt rood.
•
Raadpleeg "VOX" {pagina 30} voor informatie over
automatisch schakelen tussen TX/ RX.
4 Spreek in de microfoon met uw normale stem.
•
Houdt u uw mond te dicht bij de microfoon of spreekt
u te luid, dan kan dit leiden tot stemvervorming en
kan dit de verstaanbaarheid verminderen op het
ontvangende station.
•
U kunt de microfoonversterking schakelen voor FM
tussen 1 (Normaal), 2 (Medium) en 3 (Hoog) met
behulp van menunummer 47. 1 (Normaal) is meestal
afdoende; selecteer echter 3 (Hoog) als u van andere
stations doorkrijgt dat uw modulatie zwak is.
5 Laat Mic [PTT] los om terug te keren naar de
Ontvangstmodus.
•
De TX-RX-LED brandt groen of schakelt afhankelijk
van de SQL-regelstand uit.
Raadpleeg "COMMUNICATIEHULPMIDDELEN" vanaf
pagina 28 voor aanvullende informatie over nuttige
bedrijfsfuncties.
Opmerking: aanpassing van microfoonversterking voor SSB of AM
is niet van toepassing in de FM-modus. In de FM-modus selecteert u
1 (Normaal), 2 (Medium) of 3 (Hoog) in menunummer 47.
N-21