6
GUITAR AMPLIFIER GTX60/GTX30 Gebruiksaanwijzing
2.1.2 OVERDRIVE-kanaal
(7) De OVERDRIVE-kanaal-LED brandt wanneer het kanaal ingeschakeld is.
(8) Met de GAIN-regelaar regelt u de voorversterking en daarmee de mate van
vervorming van het OVERDRIVE-kanaal.
(9) Met de BASS-regelaar in de EQ-groep kunt u de basfrequenties versterken of
juist verzwakken.
(10) Met de CONTOUR-regelaar kunt u het middenfrequentiebereik
beïnvloeden en op die manier spelenderwijs traditionele of supermoderne
gitaarsounds instellen.
(11) De TREBLE-regelaar regelt het bovenste frequentiebereik.
◊
Bij de GTX60 beïnvloeden de regelaars ( 9 ) , (10) en (11) alleen het
OVERDRIVE-kanaal, omdat deze versterkers voorzien zijn van een
afzonderlijke equalizer voor het CLEAN-kanaal (zie ( 4 ) en ( 5 ) ).
(12) Met de VOLUME-regelaar stelt u het geluidsvolume van het
OVERDRIVE-kanaal in.
2.1.3 FX-groep
(13) De FX-LED brandt wanneer de effectprocessor ingeschakeld is.
(14) Met de FX PRESET-regelaar kunt u een van de 16 effecten selecteren.
Preset
FX
1 - 4
Reverb
5 - 8
Delay
9 - 12
Chorus
13 - 16
Flanger
Tab. 2.1: Effecten
(15) Met de FX LEVEL-regelaar stelt u de mengverhouding in tussen het
oorspronkelijke en het effectsignaal.
(16) Door op de toets TUBE te drukken, wordt de schakelaar VTC Virtual Tube
geactiveerd/gedeactiveerd.
2.1.4 Aansluitingen en POWER-schakelaar
(17) Op de CD IN-aansluiting kunt u de uitgang van een cd-speler, tapedeck,
cd- of MD-walkman aansluiten. Op die manier kunt u bijvoorbeeld
gemakkelijk muziek-cd's ook cd's bij een gitaaroefenboek weergeven
en tegelijkertijd oefenen. Deze aansluiting kan ook als LINE OUT-
uitgang gebruikt worden. In dit geval geeft hij het gitaarsignaal zonder
luidsprekersimulatie weer, zodat u dit bijvoorbeeld op een externe versterker
of een mengpaneel kunt aansluiten. De luidspreker van de GUITAR COMBO
wordt hierbij niet gedempt.
(18) Op de LINE OUT/PHONES-aansluiting kunt u een koptelefoon
aansluiten. Aan het koptelefoonsignaal wordt een geïntegreerd
luidsprekersimulatiesignaal toegevoegd om een zo identiek mogelijk signaal
te realiseren. De luidsprekers van de GUITAR COMBO worden gedempt
wanneer deze aansluiting gebruikt wordt.
◊
Het signaal van de koptelefoonuitgang kan ook gebruikt worden om
het geluid via een mengpaneel of een zanginstallatie weer te geven.
Sluit in dat geval de koptelefoonuitgang aan op de Line-ingang
van een mengpaneel. Gebruik hiervoor een monostekkersnoer.
Wanneer u daarbij last krijgt van een bromtoon, kunt u een DI Box
toepassen, bijvoorbeeld de BEHRINGER ULTRA-DI100 of DI20 om deze
te voorkomen.
◊
Bij veel koptelefoons kan soms vervorming in de koptelefoon ontstaan.
Draai de betreffende volumeregeling in dat geval zo ver terug tot uw
koptelefoon weer onvervormd klinkt.
(19) Sluit de stereostekker van de meegeleverde voetschakelaar aan op de
FOOTSWITCH-aansluiting. De voetschakelaar heeft twee functies: u kunt
ermee tussen de twee kanalen omschakelen en de DIGITAL FX mee in- en
uitschakelen (alleen GTX60).
(20) Met de POWER-schakelaar schakelt u de GUITAR COMBO in. De POWER-
schakelaar moet, wanneer u de stekker in het stopcontact steekt, in de stand
'UIT' staan.
◊
Let op: de POWER-schakelaar schakelt het apparaat bij uitschakelen
niet volledig los van het lichtnet. Om het apparaat van het lichtnet los
te koppelen, moet u de netstekker of de apparaatstekker losnemen.
Controleer bij de installatie van het apparaat of de net-, respectievelijk
de apparaatstekker onbeschadigd is. Haal altijd de netstekker los
wanneer u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt.
2.1.5 Chromatische Tuner
(21) De toets TUNER activeert/deactiveert de geïntegreerde tuner.
Bovendien kan hij worden geactiveerd / gedeactiveerd door de voetpedaal
EFFECT ingedrukt te houden (alleen bij de GTX60).
(22) Het DISPLAY geeft de gespeelde toon weer. Verschijnt er een punt
achter de toon, dan wordt de toonhoogte van halve toon hoger bedoeld
(F. = F# (Fis), G. = G# (Gis) enz.). De groene LED erboven licht op als de
weergegeven toon juist is gestemd. Toonafwijkingen naar boven c.q.
beneden worden aangegeven met de twee rode LEDs links en rechts van
de groene LED. De afwijking is groter wanneer deze LEDs sterker oplichten.
De referentietoon A ligt vast op 440 Hz.
2.2 Achterzijde
(23)
(24)
Afb. 2.2: Bedieningselementen van de GUITAR COMBO (achterzijde)
(23) STEKKER.
(24) SERIENUMMER.
(25) Hier bevindt zich de koeler van het apparaat.
◊
Let erop dat de openingen niet worden geblokkeerd.
(26) Op de uitgang SPEAKER OUT (6,3-mm-monojackbus) kunt u een
luidsprekerbox aansluiten. De minimale impedantie bedraagt 8 Ohm
(alleen bij de GTX60).
(27) Op de ingang FX RETURN sluit u de uitgang van een extern effectapparaat
aan met een afgeschermde 6,3-mmmonojackkabel (alleen bij de GTX60).
(28) Op de uitgang FX SEND sluit u de ingang van een extern effectapparaat aan
met een afgeschermde 6,3-mm-monojackkabel (alleen bij de GTX60).
(25)
(26)(27)(28)