Controle van de luchtinlaat van de
transmissie
Controleer of de luchtinlaat van de transmissie niet
verstopt is.
Controle en afstellen van stuurkabels
De besturing wordt geregeld met behulp van kabels.
Deze kunnen na een tijdje gebruik oprekken, wat
betekent dat de instelling van de besturing kan
wijzigen.
De besturing wordt op de volgende manier
gecontroleerd en afgesteld:
1.
Verwijder de frameplaat door de bouten los te
draaien.
2.
Zorg ervoor dat de kabels recht onder de
stuurkabelpoelie's in de frametunnel liggen.
Controleer de spanning van de stuurkabels door
de kabels tegen elkaar te drukken (bij de pijlen).
De kabels moeten zo samengedrukt worden dat
de afstand tussen de kabels met de helft
verminderd wordt, zonder te veel kracht toe te
passen.
Vervang de kabel als deze een beschadigde kern
heeft en er losse draden uit steken.
3.
Indien nodig kunnen de kabels gespannen worden
door de borgmoer los te draaien en de stelmoer
aan te draaien, (een kabel aan iedere kant van de
machine).
Hou de kabel tegen met bijv. een bahco, zodat hij
niet ineen draait. Waneer de afstelling aan de ene
kant gedaan wordt, zal de middenstand van het
stuur beïnvloed worden.
Span de kabels niet te hard aan, ze moeten alleen
tegen de stuurkrans getrokken worden.
Controleer de kabelspanning na de uitgevoerde
afstelling volgens punt 2.
34
Nederlands-
ONDERHOUD
6008-604
8009-340
6008-212
8009-605