8
PNEUMATISCHE INSTALLATIE
8.1
Veiligheidsaanwijzingen
GEVAAR
Gevaar voor letsel door hoge druk en ontsnappende media.
▶ Vóór werkzaamheden aan het apparaat of installatie de druk eraf halen. Leidingen ontluchten of legen.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel bij onvakkundige installatie.
▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag installaties uitvoeren.
▶ Installaties alleen uitvoeren met geschikt gereedschap.
WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onbedoeld inschakelen en ongecontroleerd starten van de installatie.
▶ Installatie beveiligen tegen onbedoeld inschakelen.
▶ Zorg ervoor dat de installatie alleen gecontroleerd start.
8.2
Apparaat pneumatisch aansluiten
Afbeelding 22:
Apparaat pneumatisch aansluiten
Belangrijke aanwijzing voor een foutloze werking van het apparaat:
▶ Door de installatie mag geen tegendruk worden opgebouwd.
▶ Voor de aansluiting een slang met een voldoende diameter kiezen.
▶ De luchtafvoerleiding zo ontwerpen dat er geen water of andere vloeistof door de luchtafvoeropening
of in het apparaat kan komen.
▶ De aanwezige drukvoorziening beslist minstens 0,5...1 bar boven de druk houden, die nodig is om de
aandrijving in de eindpositie te brengen.
→
Het stuurmedium aansluiten op de stuurluchtaansluiting (1)
(3...7 bar; instrumentenlucht, olievrij, watervrij en stofvrij).
→
Luchtafvoerleiding of een geluiddemper aan luchtafvoeropening (3) aansluiten.
Luchtafvoerconcept:
▶ Om aan beschermingsgraad IP67 te voldoen moet een luchtafvoerleiding in het droge gedeelte
worden gemonteerd.
28
english
Nederlands
Type XXXX
Type 8691 REV.2
Type XXXX
Pneumatische installatie
Luchtafvoeropening
opschrift: 3
Stuurluchtaansluiting
opschrift: 1
français