Als
de
unit
UIT-geschakeld
ingeschakeld is, wordt de temperatuur weergegeven, die
voor de terugzetfunctie werd ingesteld.
Standaard is de weergave ingesteld op de stand Enkelv.
instelpunt. Om de stand Dubbel instelpunt in te schakelen,
raadpleeg de installatiehandleiding.
4
ONTDOOIEN/ WARME START
Geeft aan dat het ontdooien/warme start bezig is.
5
ERROR
Geeft aan dat er waarschuwing is of een storing in de unit.
Druk op toets
(indien ingeschakeld) om de foutmelding
samen met onderhoudsinformatie weer te geven.
6
VENTILATIE/LUCHTREINIGING
De pictogrammen van de ventilatiemodus
geven de huidige ventilatiemodus aan (enkel HRV)
(AUTOMAT., WARMTERECUP., BYPASS).
Het pictogram Luchtreiniging
luchtreinigingsunit (optie) in werking is.
7
TIMER INGESCHAKELD
Geeft aan dat de weektimer of de UIT-timer ingeschakeld is.
8
ONDER CENTRALE CONTROLE
Geeft aan dat het systeem onder het beheer staat van een
centrale bedieningsapparatuur (optionele accessoires) en dat
het systeem niet via de afstandsbediening bediend mag/kan
worden.
9
OMSCHAKELEN ONDER BEDIENING
Geeft aan dat het omschakelen tussen koeling en verwarming
aan een andere binnenunit of aan de hoofdafstandsbediening is
toegewezen.
10 TERUGZETTEN
Het terugzet-pictogram knippert als de unit onder terugzet-
bediening aan wordt geschakeld.
11
REINIG ELEMENT AUB
Geeft aan dat het tijd is om het element te reinigen.
12 REINIG LUCHTFILTER AUB
Geeft aan dat het tijd is om het filter te reinigen.
13 KLOK (12/24 uren realtime-klok)
Geeft aan dat de klok ingesteld is.
Als de klok niet is ingesteld, zal -- : -- op het scherm
verschijnen.
14 GEDETAILLEERDE SELECTIE
Wordt weergegeven wanneer de stand Gedetailleerd scherm
geselecteerd werd.
Standaard worden er geen gedetailleerde onderdelen
geselecteerd.
15 PROBLEEM TIMER
Geeft aan dat de klok opnieuw moet worden ingesteld.
De weektimer werkt niet zolang de klok niet opnieuw wordt
ingesteld.
5. Beschrijving van de bedrijfsmodi
1
VENTILATOR ALLEEN
In deze stand stroomt enkel lucht zonder te verwarmen of te
koelen.
2
DROGEN
In deze stand wordt de luchtvochtigheid verlaagd door de
koelstand van de airconditioner afwisselend IN en UIT te
schakelen om ervoor te zorgen dat de temperatuur zo weinig
mogelijk daalt.
De temperatuur en de snelheid van de ventilator worden nu
automatisch geregeld en kunnen dus niet met de
afstandsbediening bijgestuurd worden.
Het drogen is inactief wanneer de kamertemperatuur te laag is.
Beknopte gebruiksaanwijzing
3
is
en
het
terugzetten
(enkel HRV)
geeft aan dat de
(enkel VRV)
3
AUTOMATISCHE WERKING
In deze stand zal de bediening in functie van het instelpunt
automatisch tussen verwarmen en koelen schakelen.
4
KOELEN
In deze stand wordt het koelen in functie van het instelpunt of
het terugzetten geactiveerd.
5
VERWARMEN
In deze stand wordt het verwarmen in functie van het instelpunt
of het terugzetten geactiveerd.
6
VENTILATIE (enkel HRV)
De
ventilatiemodus
(ventilatieunits met warmteterugwinning) wanneer geen koeling
of verwarming nodig is; raadpleeg de HRV-handleiding voor
meer informatie hierover.
7
TERUGZETTEN
De terugzetfunctie houdt de kamertemperatuur binnen een
bepaald gebied wanneer de afstandsbediening UIT is. Dit
gebeurt door de airconditioner die voorheen door de gebruiker,
de schemafunctie of de timer UIT werd UIT-gezet, tijdelijk
opnieuw te starten.
Voorbeeld:
Indien de kamertemperatuur onder de 10°C valt, start
automatisch de verwarming. Indien de temperatuur na een
half uur 12°C of meer stijgt, zet de bediening zich opnieuw in
haar oorspronkelijke toestand.
Indien de kamertemperatuur hoger wordt dan 35°C, start
automatisch het koelen. Indien de temperatuur na een half
uur tot 33°C of nog lager zakt, zet de bediening zich opnieuw
in haar oorspronkelijke toestand.
Het differentiaal kan in het terugzetmenu bijgesteld worden. De
terugzettemperatuur kan terwijl de unit UIT is, op het
basisscherm of in het schema worden ingesteld.
De status van het terugzetten (in- of uitgeschakeld) kan in de
energiebesparende opties gezien worden.
6. Basisbediening
A
C
A Bedrijfsmodus
B Temperatuur:
• Als de unit AAN-geschakeld is, wordt de temperatuur
weergegeven, die voor de airconditioner werd ingesteld.
• Als de unit UIT-geschakeld is en het terugzetten is
tevens uitgeschakeld, wordt de temperatuur
weergegeven, die voor de airconditioner werd ingesteld.
• Als de unit UIT-geschakeld is en het terugzetten
ingeschakeld is, wordt de temperatuur weergegeven, die
voor de terugzetfunctie werd ingesteld.
C Ventilatorsnelheid.
1
Druk meerdere malen op
Koel, Warm, Vent., Ventilat., Drogen of Auto geselecteerd is.
2
Druk op
. Het werkingslampje (groen) gaat branden en de
airconditioner zal beginnen werken.
3
Gebruik
om de temperatuur in te stellen.
INFORMATIE
In de stand Drogen of Vent. kan de ventilatorsnelheid niet
ingesteld worden.
4
Druk op
om de gewenste ventilatorsnelheid te selecteren
(auto, laag, medium-laag, medium, medium-hoog of hoog
(afhankelijk van het model)).
5
Druk op
. Het werkingslampje (groen) gaat UIT en de
airconditioner zal stoppen te werken.
wordt
gebruikt
voor
HRV-units
28
°C
B
tot de gewenste bedrijfsmodus
BRC2E52C7+BRC3E52C7
Kabelafstandsbediening
4P368040-1 – 2014.02