Download Print deze pagina
AUTOMATISCHE TRANSMISSIE
Stand automatisch
Zet de selecteurhendel in stand D. U hoeft
de selecteurhendel niet meer te verplaatsen.
Er wordt automatisch geschakeld in over-
eenstemming met de belasting van de auto,
de hoeveelheid gas die u geeft en de helling
van de weg.
zuinig rijden
Laat de selecteurhendel voor normaal ge-
bruik in stand D staan. Als het gaspedaal
iets wordt ingedrukt, schakelt de transmis-
sie bij een lage snelheid naar de volgende
versnelling.
Accelereren en inhalen
Druk het gaspedaal snel en diep in (voorbij
het zware punt van het pedaal).
Hierdoor wordt, binnen de mogelijkhe-
den van de motor, teruggeschakeld naar
de optimale versnelling.
2.40
(vervolg)
1
Stand handgeschakeld
Trek de hendel, als deze in D staat, naar
links.
Door de hendel 1 even te verplaatsen, kunt
u handmatig de versnellingen bedienen.
– om naar een lagere versnelling te scha-
kelen, trekt u de hendel even naar achte-
ren,
– om naar een hogere versnelling te scha-
kelen, duwt u de hendel even naar voren.
De ingeschakelde versnellingen verschijnen
op het instrumentenpaneel.
Bijzondere gevallen
In sommige gevallen (bijv.: ter bescherming
van de motor, bij werking van het elektro-
nisch stabiliteits programma ESP, enz.) kiest
de transmissie tijdens het rijden toch zelf de
juiste versnelling.
Ook kan, om verkeerde manoeuvres te
voorkomen, het schakelen door het systeem
geweigerd worden. In dit geval knippert de
aanduiding van de versnelling enkele secon-
des om u te waarschuwen.
Bij het gebruik van een reservewiel, kan de
werking van de automatische transmissie
minder goed zijn.
loading