SLePen: pech
(vervolg)
– Gebruik een starre sleep-
stang. Indien u een touw of
kabel gebruikt bij het slepen
(als dit wettelijk toegestaan is),
moet de auto die gesleept wordt nog
kunnen remmen.
– De auto die gesleept wordt, moet te
allen tijde bestuurbaar zijn.
– Accelereer en rem gelijkmatig en
zonder schokken om te voorkomen
dat de auto beschadigen.
– U mag in geen geval sneller rijden
dan 25 km/u.
Slepen van een auto met een
automatische transmissie
Wanneer de motor niet draait, wordt de
automatische transmissie niet meer ge-
smeerd; u kunt dan ook de auto het beste
laten slepen met beide voorwielen van de
grond (en niet de achterwielen) of op een
plateau vervoeren.
bij uitzondering, kunt u de auto laten
slepen met de vier wielen op de grond, uit-
sluitend vooruit rijdend met de hendel in
stand n en over een afstand van maximaal
50 km.
Bij stilstaande motor werken de
stuur- en rembekrachtiging niet
meer.
8
7
Indien de selecteurhendel niet
uit de stand P kan worden
verzet als u het rempedaal in-
drukt, dan kunt u de hendel als
volgt met de hand vrijzetten.
Wip hiervoor het plaatje 8 aan de voet
van de hendel los.
Druk tegelijk op de knop 7 en op de ont-
grendelknop 6 op de hendel.
6
5.37