Weerstandsmetingen
WLet op
Om eventuele beschadiging aan de meter of
de te testen apparatuur te voorkomen, moet u
de stroom uitschakelen en alle
hoogspanningscondensators ontladen
voordat u de weerstand meet.
De Meter stuurt een zwakke stroomsterkte door het circuit
voor het meten van de weerstand. Aangezien deze stroom
door alle mogelijke banen tussen de probes vloeit, is de
gemeten weerstand de totale weerstand van alle banen
tussen de probes.
De weerstandsbereiken zijn 600,0 Ω, 6,000 kΩ, 60,00 kΩ,
600,0 kΩ, 6,000 MΩ en 40,00 MΩ.
Sluit de meter aan zoals weergegeven in Afbeelding 2 om
de weerstand te meten.
Hieronder vindt u enkele tips voor weerstandsmetingen:
•
De gemeten waarde van een weerstand in een circuit
verschilt regelmatig van de waarde van de
gespecificeerde weerstand.
•
De meetkabels kunnen een fout van 0,1 Ω t/m 0,2 Ω
aan de weerstandsmetingen toevoegen. Houd om de
weerstand van de meetkabels te meten de punten
van de probes tegen elkaar en lees de weerstand af.
True-rms Remote Display Digital Multimeter
•
De weerstandsfunctie gebruikt voldoende spanning
om juncties van siliciumdiodes of transistors
doorlaatspanning te geven en om stroom te laten
stromen. Als u denkt dat er stroom stroomt door de
junctie, drukt u op om een lagere stroomsterkte
toe te passen in het volgende hogere bereik. Als de
waarde hoger is, gebruik dan de hogere waarde.
Raadpleeg de tabel Ingangskenmerken in het
gedeelte met specificaties voor typische
kortsluitingsstromen.
Metingen verrichten
17