BRACKETING
Met deze functie maakt u zogenaamde belichtingstrapjes van drie opnamen. Eén opname is normaal
belicht, één is overbelicht, de andere is onderbelicht. Naast deze belichtings-bracketing is het ook
mogelijk variatie-series te maken met contrast, kleurverzadiging en de stand filter. U kunt echter
maar één bracketing-soort tegelijk gebruiken. U kunt bracketing instellen met het functiewiel
(blz. 48).
1
2
De volgorde van een Belichtings-bracketing-serie is normale belichting (volgens de aanduiding van
sluitertijd en diafragma), onderbelichting en overbelichting. De Belichtings-bracketing staat op stap-
pen van 0.3 Ev (0,3 LW), maar kan worden ingesteld op 0,5 LW of 1,0 LW in de Advanced 2 sectie
van het opnamemenu (blz. 80).
Stel contrast, kleurverzadiging of filter in op het gewenste niveau; de bracketing-serie varieert van 1
niveau onder naar 1 niveau boven het standaard-niveau. Kijk onder Regeling Digitale Effecten op
bladzijde 73 voor de instellingen van contrast, kleurverzadiging en filter. Is het contrast of de kleurver-
zadiging op het hoogste niveau ingesteld (± 3), dan wordt een van de opnamen op ±4 gemaakt en
ontstaat de volgende serie: bijvoorbeeld +3, +2, +4. Bij RAW-opnamen kunnen de maximale niveaus
niet worden overschreden en zitten er dan twee identieke opnamen in de serie (+3, +2, +3). Een
zwartwit filter-bracket laat de scene ook met en zonder filter zien (blz. 155). Werd filter 10 geselec-
teerd, dan wordt de filterserie 10, 9, 0.
62
O
-
PNAMESTAND
3
Zet het functiewiel in de transportstand (1). Druk de functietoets
in (2) en draai aan het instelwiel (3) om de bracketing-stand in
te stellen
Draai aan de schakelaar digitale effecten om uw bracketing-keuze te maken.
Meer informatie over de digitale effecten op blz. 73.
Belichtings-bracketing
Bracketing kleurverzadiging
GEAVANCEERDE TECHNIEKEN
Contrast-bracketing
Filter-bracketing