Onderhoud
Lijst van fouten
Fouten worden weergegeven op de interface van de interne eenheid (zie paragraaf "Systeeminterface ATAG NEOZ").
Fouten van de interne eenheid
Code
Omschrijving
114
Buitenvoeler defect
730
Sensor bovenaan buffer defect
731
Buffer oververhitting
732
Sensor onderin opslagtank defect
902
Vertrekvoeler beschadigd
923
Druk verwarmingscircuit - fout
924
WP communicatie fout
927
Fout overeenkomst AUX-ingangen
928
Fout configuratie van Blokkering van
de energielevering
933
Te hoge temperatuur aanvoersonde
934
WW Tank sensor beschadigd
935
Tank overtemperatuur
936
Vloer Thermostaat 1 foutmelding
937
Geen circulatie
938
Anode error
940
Hydraulisch schema niet bepaald
955
Water circulatie check error
970
Aux verkeerde pompconfiguratie
2P2
Antilegionella niet volledig
94 / NL
Activering van de temperatuurregeling op basis van de externe sonde
Externe sonde niet aangesloten of beschadigd. Controleer de aansluiting
van de sonde en vervang hem eventueel.
Vullen van buffer geblokkeerd. Controleer het hydraulische schema.
Buffersonde niet aangesloten of beschadigd. Controleer de aansluiting van
de sonde en vervang hem eventueel.
Vullen van buffer geblokkeerd. Controleer het hydraulische schema.
Buffersonde niet aangesloten of beschadigd. Controleer de aansluiting van
de sonde en vervang hem eventueel.
Vullen van buffer geblokkeerd. Controleer het hydraulische schema.
Buffersonde niet aangesloten of beschadigd. Controleer de aansluiting van
de sonde en vervang hem eventueel.
Toevoersonde niet aangesloten of defect. Controleer de aansluiting van de
sonde en vervang hem eventueel.
Controleer op eventuele waterlekken in het hydraulische circuit
Defecte drukschakelaar
Bedrading van de drukschakelaar defect. Controleer de aansluiting van de
drukschakelaar en vervang hem eventueel.
Controleer de bedrading tussen de TDM-kaart en de Energy Manager
Controleer de configuratie van parameters 1.1.3 en 1.1.4
Controleer de configuratie van parameter 1.1.5
Controleer de stroming in het primaire circuit. Toevoersonde niet aange-
sloten of defect. Controleer de aansluiting van de sonde en vervang hem
Boilersonde niet aangesloten of defect. Controleer de aansluiting van de
sonde en vervang hem eventueel.
Controleer of de driewegklep geblokkeerd is in de SWW-stand. Controleer
de aansluiting van de boilersonde en vervang hem eventueel.
Controleer de stroming in de vloerinstallatie. Controleer de aansluiting
van de thermostaat op klem IN-AUX2 STE van de Energy Manager en/of
STT van de TDM. Als er geen thermostaat aanwezig is in de vloerinstallatie,
breng dan een elektrische jumper aan op klem IN-AUX2 STE van de Energy
Manager en/of STT van de TDM.
Controleer de activering van het hoofdcircuit
Controleer de aansluiting van de anode
Controleer of er water in de boiler zit
Controleer de staat van de anode
Controleer de configuratie van parameter 1.2.6
Hydraulisch schema niet geselecteerd via parameter 1.1.0
Controleer de aansluiting van de temperatuursonde voor aanvoer en retour
Controleer de configuratie van parameter 1.2.5
Desinfectietemperatuur niet bereikt in 6 uur:
Controleer een monster van warm tapwater tijdens de thermische desin-
Controleer of het verwarmingselement is ingeschakeld
Oplossing
eventueel.
fectiecyclus