NL
12.2.3. Type Modbus
12.2.3.1. Selectie en activatie van het sensortype
Eerste stap: kies een vrij sensorkanaal
Hoofdmenu ► Instellingen ►Sensorinstelling ► B3
Tweede stap: type Modbus selecteren
Hoofdmenu ► Instellingen ► Sensorinstelling ► B3 ► Type tekstvak ► Modbus
Derde stap: met OK bevestigen
Nu kan een naam (zie hoofdstuk „12.2.2.7. Tekstvakken labelen en instellen") ingevoerd worden.
Hoofdmenu ► Instellingen ► Sensorinstelling ► B3 ► VA ► gebruik
12.2.3.2. Modbus instellingen
Hoofdmenu ► Instellingen ► Sensorinstelling ► ► Modbus ID-tekstvak
Hoofdmenu ► Instellingen ► Sensorinstelling ► B3 ► Modbus Settings
METPOINT
BDL
®
Via Modbus kunnen er tot 8 registerwaarden (uit
input of holding registers) van de sensor worden
uitgelezen.
Keuze met de ruiters
Va –Vh
de betreffende Use
knop.
Hier wordt de voor de sensor vastgelegde
Modbus ID
aangegeven, geoorloofde waarden
zijn1 – 247.
Instellung van het
Modbus ID
sensor-datasheet.
Voorts moeten ook de seriële
overdrachtinstellingen
Baudrate, Stopbit,
Pariteitsbit en Timeout
tijd worden vastgelegd.
Kijk voor het instellen van de Modbus ID en voor
de overdrachtsinstellingen in de data sheet.
Bevestiging met OK.
Reset naar standaardinstelling gebeurt met knop
Standaardwaarden
Installatie- en gebruiksaanwijzing
en activering m.b.v.
bij de sensor zie
61