6
6.1.7
WAARSCHUWINGEN BIJ HOGE EN LAGE
GLUCOSEWAARDE
NUTTIGE TIP:
• De stappen voor het instellen van de waarschuwingen bij hoge en lage
glucosewaarde zijn identiek.
Volg de onderstaande stappen om de door u ingestelde waarschuwingen bij hoge en
lage glucosewaarde te wijzigen.
1. Druk in het menu 'Alarmen' op de knop
OMLAAG
om 'Alarm hoog' of 'Alarm laag' te selecteren en
druk dan op de knop SELECTEREN.
2. Druk op de knop
OMHOOG
te markeren en druk dan op de knop
om deze optie in te stellen. Naast de huidige instelling
verschijnt een kruisje.
3. Druk op de knop
LINKS
scherm.
4. Druk op de knop
OMLAAG
De weergegeven waarde is de waarschuwing bij hoge
glucosewaarde die u momenteel hebt ingesteld. Om dit te
wijzigen, drukt u op de knop
op de knop
OMHOOG
waarschuwing bij hoge glucosewaarde verschijnt. Daarna
drukt u op de knop SELECTEREN.
• Uw waarschuwing bij hoge glucosewaarde kan worden
ingesteld tussen 120 en 400 mg/dL in stappen van
telkens 10 mg/dL.
• Uw waarschuwing bij lage glucosewaarde kan worden
ingesteld tussen 60 en 100 mg/dL in stappen van
telkens 5 mg/dL.
72
|
Dexcom G4 PLATINUM continu glucosemonitoringsysteem
OMHOOG
of
OMLAAG
om 'Aan/Uit'
SELECTEREN
om terug te keren naar het vorige
om 'Niveau' te markeren.
SELECTEREN
en drukt dan
of
OMLAAG
totdat de gewenste
of