Voedingsdraad inbrengen
Algemene aanwijzingen
Gebruik een kabelmantel met een diameter die geschikt is voor de voedingsdraad of vergroot de
kabelmanteldiameter met geschikte afdichtadapters.
Steek de voedingsdraad voldoende ver in de kabelschroefverbinding of het aansluitstuk met
dubbel membraan. De kabelmantel moet zichtbaar zijn in het aansluitgedeelte.
De installatiebuis of de lege buis met de voedingsdraad mag niet in de kabelschroefverbinding
worden meegeschroefd of door het aansluitstuk met dubbel membraan worden geleid.
De voedingsdraad moet recht en met inachtneming van de juiste buigradiussen (ongeveer
kabeldiameter keer 10) door de kabelschroefverbinding of het aansluitstuk met dubbel membraan
worden geleid.
De kabelschroefverbinding of het aansluitstuk met dubbel membraan moet correct worden
ingebouwd en voldoende stevig worden vastgeschroefd.
24
Montage op holle wanden
Bij de montage op holle wanden moeten
minimaal twee bevestigingsschroeven, bijv. 1
en 2, op een draagelement op de wand worden
bevestigd.
Voor de andere bevestigingsschroeven moeten
speciale holle-wandpluggen worden gebruikt.
Opmerking
Bij de montage op holle wanden moet
speciaal worden gelet op voldoende
draagvermogen van de constructie.