Elektrische aansluiting
6.1 Basisregels
6.1
Basisregels
In het algemeen geldt voor de elektrische aansluiting het volgende:
● Breng voor het begin van de werken een veilige verbinding met de beschermleider tot stand.
● Bij kabelinvoer van de aansluitkast kunnen aansluitkabels worden afgedicht en gefixeerd.
● Installeer de aansluitleidingen en vooral de beschermleider in de aansluitkast vrijliggend
● Sluit de machine dusdanig aan dat een duurzame, veilige elektrische verbinding in tact
● Installeer en bevestig extern toegevoerde hulpleidingen afzonderlijk van de hoofdleiding.
● Bij een hoge luchtvochtigheid of buitenopstelling kunnen waterdruppels langs de
6.2
Aansluitkast
Afhankelijk van de bestelling kunnen verschillende aansluitkasten aan de machine zijn
aangebouwd. Afhankelijk van de aansluitkast zijn verschillende kabelinvoeren en opties voor
kabelaansluiting mogelijk. De aan de machine aangebouwde aansluitkasten kunt u met behulp
van de afbeeldingen in de onderstaande hoofdstukken identificeren.
Aansluitkast 1XB1621 (Pagina 71)
70
en dusdanig dat het schuren van de leidingisolatie wordt vermeden.
wordt gehouden. Vermijd afstaande draadeinden.
Hiervoor zijn eventueel elementen met kabelbinders meegeleverd.
kabelmantel lopen en zo via de kabelschroefverbinding en de kabelintroductie in de motor
terechtkomen.
Als u de kabel met een afdruiplus installeert, geraakt het vocht niet via de kabelintroductie
aan de klemmenkast, maar druipt eerder af.
Afbeelding 6-1
Afdruiplus
SIMOTICS TN Series N-compact 1LA8
Bedieningshandleiding 11/2018