Elektrische aansluiting
6.4 Kabels invoeren en aanleggen
6.4.6
Aansluiten zonder kabelschoen
Afhankelijk van de bestelling kunnen bevestigingsklemmen zijn ingebouwd die geschikt zijn
voor het aansluiten van fijndradige of meeraderige geleiders zonder de toepassing van
eindhulzen. Draadeindhulzen mogen alleen dan worden toegepast, wanneer deze vóór het
aansluiten door een vakkundige, stroombestendige persverbinding op de geleider werden
bevestigd.
LET OP
Oververhitting van de geleideruiteinden
Als het geleideruiteinde niet juist door de draadeindhuls wordt omvat en daarmee verklemd
is, kan oververhitting ontstaan.
● Gebruik per draadeindhuls maar een geleideruiteinde. Bevestig de draadeindhulzen
● Sluit slechts een geleideruiteinde per klem aan.
Handelwijze
Houd de minimale luchtafstanden van 10 mm en het kruiptraject van 20 mm in stand.
1. Open de aansluitkast en snijd de kabel op juiste lengte af.
2. Bereid het kabeleinde volgens de gebruikte kabel en het concrete geval voor. Let erop dat
3. De uiteinden van de geleiders dienen zodanig te worden geïsoleerd dat de resterende
82
vakkundig.
de kabelaansluiting vrij van externe krachten blijft.
isolatie bijna tot aan de bevestigingsklem reikt.
SIMOTICS TN Series N-compact 1LA8
Bedieningshandleiding 11/2018