STARTEN EN RIJDEN
||
Indicator die de ingestelde laadstroom aan-
9
geeft
.
Het symbool brandt, wanneer de laadkabel is
aangesloten op een 230V(AC)-stopcon-
10
tact
.
Drukknoppen om de laadstroom te verho-
gen/verlagen.
Het symbool brandt, wanneer de laadkabel is
aangesloten op de laadaansluiting van de
auto.
N.B.
De laadkabel onthoudt de laatst ingestelde
laadstroom. Het is daarom belangrijk dat u de
instelling aanpast, als u de volgende keer dat
er wordt opgeladen een ander 230V(AC)-
contact gebruikt.
9
De maximale laadstroom kan per markt verschillen.
De spanning op het stopcontact kan afhankelijk van de markt variëren.
10
458
BELANGRIJK
Het is niet toegestaan om stekkerdozen,
overspanningsbeveiligingen e.d. te gebruiken
in combinatie met de laadkabel, omdat dit
aanleiding kan geven tot brand, elektrische
schokken enz.
Het gebruik van een adapter tussen het
230 VAC-contact en de laadkabel is alleen
toegestaan als de adapter is goedgekeurd
volgens IEC 61851 en IEC 62196.
Gerelateerde informatie
•
Statusindicatie op regeleenheid laadkabel
(p. 459)
•
Aardlekschakelaar in de laadkabel (p. 461)
•
Temperatuurcontrole van de laadkabel
(p. 461)
•
Hybride-accu opladen (p. 454)