1. PRODUCTOVERZICHT
2. PRINTER-SETUP
Dit hoofdstuk behandelt de procedures voor de configuratie van uw printer voorafgaand aan de inbedrijfstelling.
Dit hoofdstuk beschrijft de voorzorgsmaatregelen, het laden van media en lint, het verbinden van kabels, het
opzetten van de werkingsomgeving van de printer en het uitvoeren van een online afdruktest.
Setup-stroom
Installatie
Aansluiten van het netsnoer
Media laden
Uitlijning mediasensorpositie
Laden van het lint
Aansluiting op een
hostcomputer
De stroom inschakelen
Printerinstelling
Het printerstuurprogramma
installeren
Printtest
Fijnafstelling positie en
afdrukdichtheid
Automatische
drempelinstelling
Handmatige drempelinstelling
NEDERLANDSE VERSIE EO1-33114
Procedure
Installeer de printer, na raadpleging van de
veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, op
een veilige en stabiele plek.
Sluit een netsnoer aan op het stopcontact van
de printer en vervolgens op een AC-
stopcontact.
Laad een partij etiketten of tags
Pas de positie van de tussenruimtesensor of de
zwarte markeringssensor overeenkomstig de
gebruikte media aan.
Als thermische overdrachtmedia wordt
gebruikt, laad dan het lint.
Sluit de printer aan op een hostcomputer of
netwerk.
Zet de printer aan.
Stel de printerparameters in de systeemmodus
in.
Installeer het printerstuurprogramma op uw
hostcomputer indien nodig.
Maak een printtest vanuit uw werkomgeving
en controleer het gedrukte resultaat.
Maak indien nodig een fijnafstelling van de
printstartpositie, de snij-/afpelpositie, de
afdrukdichtheid, enz.
Als de printstartpositie niet correct gedetecteerd
kan worden wanneer voorbedrukte etiketten
worden gebruikt, stel dan de drempel automatisch
in.
Als de printstartpositie niet correct gedetecteerd
kan worden, ook nadat de automatische
drempelinstelling is uitgevoerd, stel dan de
drempel handmatig in.
E1 - 3
1.5 Uiterlijk
Referentie
2.1 Installatie
2.2 Aansluiten van het
netsnoer
2.3.1 Laden van media
2.3.1 Laden van media
2.3.2 Laden van het lint
2.4 De kabels aansluiten op
uw printer
2.5 De printer
AAN/UIT zetten
2.6 Printerinstelling
2.7 Printerstuurprogramma's
installeren
2.8 Printtest
2.9 Fijnafstelling positie en
afdrukdichtheid
2.10
Drempel instellen
2.10
Drempel instellen