1. Open/Close (open/sluiten): Druk in om een cd te laden of uit te werpen. De lade opent niet
als de cd speler weergeeft.
De lade sluit zich automatisch na 30 seconden. Deze functie dient ter voorkoming van schade
bij een openstaande lade.
2. Time (tijd): schakelt de tijdmode in het display tussen voorbijgelopen tijd en resterende tijd
per track of resterende totale tijd.
Wanneer de totale tijdsweergave is ingesteld staan hete resterende aantal tracks ook vermeld.
3. Single (enkel): schakelt tussen weergave van 1 nummer (singel) of alle nummers tot het
einde van de CD
waarna aan het begin hernomen wordt zonder te stoppen. (continuous)
4. LCD Display: Toont alle functies zoals ze gebeuren op de cd.
5. Track Toetsen: Met deze toetsen selecteer je de track die je wil spelen.
6. Program Indrukken van deze toets zal de speler stoppen en de program aanduiding zal
oplichten.
Selecteer nu elke te programmeren track en druk tussen elke selectie de PROGRAM toets in. Je
kunt tot 30 tracks selecteren.
Door op PLAY te drukken start de weergave van het programma.
Om het programma te verwijderen kun je op de program toets drukken voor meer dan 2
seconden of de lade openen of het toestel uitschakelen.
7. Cue: Keert in de muziek terug naar het laatst gekozen cue-punt.
Het cue-punt is de positie van waaruit de muziek zal herstarten op het ogenblik dat play wordt
ingedrukt.
Het cue punt wordt gezet op het initiële startpunt van het nummer of kan verplaatst worden
naar een ander punt van waaruit er gestart wordt.
Wanner bijvoorbeeld de muziek gepauzeerd wordt en vervolgens op play wordt gedrukt, zet
men een nieuw cue punt.
Je kunt makkelijk je cue punt verzetten door tijdens de pauze aan het jogwheel te draaien.
Tijdens het draaien aan het wiel zal je muziek horen.
Door te stoppen met draaien en vervolgens op play te drukken maak je een nieuw cue punt.
Afwisselend op cue en play drukken laat je toe om steeds te vertrekken van een zelfde punt
zoveel je maar wil.
Opmerking 2 keer op cue drukken geeft de muziek tijdelijk weer van dit punt tot de toets weer
wordt losgelaten.
8. Play/Pause: Indrukken van deze toets laat de muziek starten van het cue punt of pauzeren
tijdens weergave.
Indrukken van play na pauzeren heeft tot gevolg dat er een nieuw cue punt wordt geschreven.
9. Stutter: Start de muziek van het initiële cue punt.
10. Pitch Bereik: activeert de pitch functie en stelt het bereik van de pitchregeling in.
Herhaaldelijk intoetsen van deze toets heeft tot gevolg dat je de verschillende pitch- bereiken
afwisselt tussen 8% en 16% .
11. Indrukken van de toets gedurende 3 seconden schakelt de pitch functie uit.
12. Pitch Bereik LEDs: toont het ingestelde pitchbereik. Wanner beide led's uit zijn werkt de pitch
niet
Kenmerken van de frontpanelen: