1. Rupsband
2. Kettingwielaandrijving
De spanning van de rupsbanden
afstellen
Er moet 7 cm ruimte zijn tussen de spanmoer en de
achterzijde van de spanbuis (Figuur 39). Als dit niet het
geval is, stal dan de spanning van de rupsbanden aan met
behulp van de volgende procedure:
1. 7 cm
1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor
af en haal het sleuteltje uit het contact.
2. Breng de betreffende zijde omhoog of ondersteun
deze zodat de rupsband van de grond is.
3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 40).
Figuur 38
3. Wegwielen
4. Spanwiel
Figuur 39
1. Borgbout
2. Spanschroef
4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch (Figuur 41) en
draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen
de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis
(Figuur 39) 7 cm is.
5. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef
uit met de opening van de borgbout en bevestig de
schroef met de borgbout en moer (Figuur 40).
6. Laat de tractie-eenheid neer op de grond.
Rupsbanden vervangen (modellen
22321 en 22321G)
Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn.
1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor
af en haal het sleuteltje uit het contact.
2. Breng de betreffende zijde omhoog of ondersteun
deze zodat de rupsband 7,6 tot 10 cm van de grond
is.
3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 40).
4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch en verminder
de spanning door de spanschroef rechtsom te
draaien (Figuur 40 en Figuur 41).
35
Figuur 40
3. Spanbuis
4. Spanwiel