Onderhoud motor
Onderhoud van het luchtfilter
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of
dagelijks—Controleer de
luchtfilteronderhoud-indicator.
Om de 25 bedrijfsuren—Verwijder
het luchtfilterdeksel, verwijder
vuil en controleer de
luchtfilteronderhoud-indicator.
Om de 600 bedrijfsuren—Vervang
het veiligheidsfilter
onderhoud van luchtfilterdeksel en
-behuizing
Belangrijk: Geef het luchtfilter uitsluitend een
onderhoudsbeurt als de onderhoudsindicator rood
is (Figuur 29). Als u het luchtfilter vervangt voordat
dit nodig is, wordt alleen maar de kans vergroot
dat er vuil in de motor komt als het filter wordt
verwijderd.
1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor
af en haal het sleuteltje uit het contact.
2. Open de motorkap.
3. Controleer de luchtfilterbehuizing op schade die een
luchtlek kan veroorzaken.. Controleer het gehele
luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse
slangklemmen. Vervang of repareer beschadigde
onderdelen.
4. Maak de sluitingen op het luchtfilter los en trek
het luchtfilterdeksel van de luchtfilterbehuizing
(Figuur 29).
Belangrijk: Verwijder de luchtfilters niet.
1
2
1. Onderhoudsindicator van
luchtfilter
2. Veiligheidsfilter
3. Luchtfilterbehuizing
4. Voorfilter
5. Knijp in de zijkanten van de stofkap om deze te
openen en sla het stof eruit.
6. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met
perslucht.
7. Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator.
• Als de indicator niet rood is, reinig dan het vuil
van de deksel en plaats het deksel terug.
Zorg ervoor dat het deksel goed vastzit en de
luchtfilterbehuizing helemaal afsluit.
• Als de onderhoudsindicator rood is, moet u het
luchtfilter vervangen zoals beschreven in Filters
vervangen.
Filters vervangen
1. Schuif het filter voorzichtig uit de luchtfilterbehuizing
(Figuur 29). Zorg ervoor dat u niet met het filter
tegen de zijkant van de luchtfilterbehuizing stoot.
Belangrijk: Probeer het voorfilter niet te
reinigen.
2. Verwijder het veiligheidsfilter uitsluitend als u dit wilt
vervangen.
Belangrijk: Probeer nooit een veiligheidsfilter
te reinigen. Als het veiligheidsfilter vuil is,
betekent dit dat het voorfilter is beschadigd, en
moet u beide filters vervangen.
3. Inspecteer een nieuw filter op beschadiging door
een felle lichtbron op de buitenkant van het filter
te richten en er doorheen te kijken. Gaten in het
filter zijn herkenbaar als lichte plekken. Controleer
het filter op scheuren, een vettig oppervlak of
beschadiging van de rubberen afdichting. Als het
filter is beschadigd, moet u het niet gebruiken.
29
3
4
5
7
G009742
Figuur 29
5. Sluitingen
6. Luchtfilterdeksel
7. Stofkap
6