Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

De Barometer Kalibreren; Xero Laserlocatie-Instellingen; Kaartinstellingen; Navigatie-Instellingen - Garmin Instinct Solar Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

De barometer kalibreren

Uw toestel is al gekalibreerd in de fabriek. Standaard wordt
automatische kalibratie op het GPS-beginpunt gebruikt. U kunt
de barometer handmatig kalibreren als de juiste hoogte of de
druk op zeeniveau u bekend is.
1
Houd MENU ingedrukt.
2
Selecteer Instellingen > Sensoren en accessoires >
Barometer > Kalibreer.
3
Selecteer een optie:
• Selecteer Ja als u de huidige hoogte en druk op
zeeniveau (optioneel) wilt invoeren.
• Selecteer Gebruik DEM als u automatisch wilt kalibreren
op het Digital Elevation Model.
OPMERKING: Voor sommige toestellen is een
telefoonverbinding vereist om DEM te kunnen gebruiken
voor kalibratie.
• Selecteer Gebruik GPS als u het toestel automatisch wilt
kalibreren op het GPS-beginpunt.

Xero laserlocatie-instellingen

Voordat u de laserlocatie-instellingen kunt aanpassen, moet u
een compatibel Xero toestel koppelen
koppelen, pagina
25).
Houd MENU ingedrukt en selecteer Sensoren en accessoires
> Laserlocaties van de XERO > Laserlocaties.
Tijdens activiteit: Hiermee kunt u informatie over de
laserlocatie-informatie van een compatibel, gekoppeld Xero
toestel weergeven tijdens een activiteit.
Deelmodus: Hiermee kunt u laserlocatie-informatie openbaar
delen of privé uitzenden.

Kaartinstellingen

U kunt de weergave van de kaart in de kaart-app en op
gegevensschermen aanpassen.
Houd op de watch face MENU ingedrukt en selecteer
Instellingen > Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u de oriëntatie van de kaart in.
Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de pagina
weer te geven. Selecteer Koers boven om uw huidige
reisrichting boven aan de pagina weer te geven.
Gebruikerslocaties: Hiermee worden opgeslagen locaties op
de kaart weergegeven of verborgen.
Automatisch zoomen: Hiermee wordt automatisch het juiste
zoomniveau geselecteerd voor optimaal gebruik van de
kaart. Als u deze functie uitschakelt, moet u handmatig in- en
uitzoomen.

Navigatie-instellingen

U kunt tijdens het navigeren naar een bestemming de functies
en vormgeving van de kaart aanpassen.

Kaartfuncties aanpassen

1
Houd MENU ingedrukt.
2
Selecteer Instellingen > Navigatie > Gegevensschermen.
3
Selecteer een optie:
• Selecteer Kaart om de kaart in of uit te schakelen.
• Selecteer Hoogteprofiel om de hoogtegrafiek in of uit te
schakelen.
• Selecteer een scherm dat u wilt toevoegen, verwijderen of
aanpassen.

Koersinstellingen

U kunt het gedrag van de wijzer instellen die wordt
weergegeven tijdens het navigeren.
Uw toestel aanpassen
(De draadloze sensoren
Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen > Navigatie >
Type.
Peiling: Wijst in de richting van uw bestemming.
Koers: Toont uw relatie tot de koerslijn die naar de bestemming
leidt .

Navigatiewaarschuwingen instellen

U kunt waarschuwingen instellen om u te helpen navigeren naar
uw bestemming.
1
Houd MENU ingedrukt.
2
Selecteer Instellingen > Navigatie > Waarschuwingen.
3
Selecteer een optie:
• Selecteer Afstand tot einddoel om een waarschuwing in
te stellen voor een bepaalde afstand tot uw
eindbestemming.
• Selecteer Bestemming ETE om een waarschuwing in te
stellen voor een resterende geschatte tijd tot u aankomt
op uw eindbestemming.
• Selecteer Uit koers om een waarschuwing in te stellen
voor als u van uw koers afraakt.
4
Selecteer zo nodig Status om de waarschuwing in te
schakelen.
5
Voer zo nodig een afstand of tijdwaarde in en selecteer

Instellingen voor energiebeheer

Houd MENU ingedrukt en selecteer Instellingen >
Energiebeheer.
Batterijspaarstand: Hiermee kunt u systeeminstellingen
aanpassen om de levensduur van de batterij in de
horlogemodus te verlengen
aanpassen, pagina
23).
Energiemodi: Hiermee kunt u systeeminstellingen,
activiteitinstellingen en GPS-instellingen aanpassen om de
levensduur van de batterij tijdens een activiteit te verlengen
(Energiemodi aanpassen, pagina

De batterijspaarstand aanpassen

Met de batterijspaarstand kunt u snel systeeminstellingen
aanpassen om de levensduur van de batterij in de watch modus
te verlengen.
U kunt de batterijspaarstand inschakelen via het
bedieningsmenu
(Het bedieningsmenu weergeven, pagina
1
Houd MENU ingedrukt.
2
Selecteer Instellingen > Energiebeheer >
Batterijspaarstand.
3
Selecteer Status om de batterijspaarstand in te schakelen.
4
Selecteer Wijzigen en selecteer een optie:
• Selecteer Wijzerplaat om een energiezuinige watch face
in te schakelen die eenmaal per minuut wordt bijgewerkt.
• Selecteer Telefoon om de verbinding met uw gekoppelde
telefoon te verbreken.
• Selecteer Activiteiten volgen om het volgen van de hele
dag activiteiten uit te schakelen, inclusief stappen, etages,
minuten van intensiteit, het volgen van slaap en Move IQ
gebeurtenissen.
• Selecteer Polshartslag om de polshartslagmeter uit te
schakelen.
• Selecteer Schermverlichting om de automatische
schermverlichting uit te schakelen.
De smartwatch laat de levensduur van de batterij zien voor
elke aangepaste instelling.
5
Selecteer In slaapstand om de batterijbesparingsfunctie in te
schakelen tijdens uw normale slaaptijden.
(De batterijspaarstand
24).
.
1).
23
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave