Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Overige Uitrustingskenmerken; Corrosiebescherming - Wolf Bws-1-06 Bedieningshandleiding Voor De Installateur

Brijn-/waterwarmtepomp
Inhoudsopgave

Overige uitrustingskenmerken

Warmwaterboiler
Waterbehandeling
Waterhardheid

Corrosiebescherming

3063158_202009
3. Opmerkingen m.b.t. de warmtepomp
In het toestel zijn sensoren voor het registreren van de verwarmingsaanvoer- en retour-
temperatuur, sensoren voor het bewaken van de warmtebronnentemperatuur alsmede
van de heetgastemperatuur en zuiggastemperatuur van het koelcircuit gemonteerd.
Voor de warmwaterbereiding met de warmtepomp van WOLF zijn speciale buffervaten
voor warm water noodzakelijk, die uit het WOLF-toebehorenprogramma kunnen worden
geselecteerd. Neem de drinkwaterverordening in acht!
De oppervlakte van de warmtewisselaar dient voor warmwaterbuffervaten ten
Opgelet
minste 0,25 m² per kW verwarmingsvermogen te zijn.
VDI 2035 blad 1 geeft adviezen ter voorkoming van ketelsteenafzetting in verwar-
mingsinstallaties. Blad 2 behandelt de waterzijdige corrosie.
Als het de bedoeling is, om de cementdekvloer droog te stoken met behulp van een
verwarmingselement, moet erop te worden gelet, dat de toelaatbare totale hardheid
wordt aangehouden, omdat anders gevaar van verkalken en uitvallen van het verwar-
mingselement bestaat.
De toelaatbare waterhardheid bedraagt 16,8°dH tot 250 liter installatievolume bij
Opgelet
toepassing van een elektrisch verwarmingselement.
Wij adviseren een pH-waarde voor het verwarmingswater tussen 6,5 en 9,0, ook bij
menginstallaties van verschillende materialen.
Bij installaties met veel water of die waarbij grote hoeveelheden bijvulwater (bijv. door
waterverlies) zijn vereist, moeten de volgende waarden worden nageleefd.
Geen water-
behandeling
noodzakelijk
Wanneer de grenscurve wordt overschreden, moet een overeenkomstig deel van het
installatiewater worden behandeld.
Voorbeeld:
De instelbare temperatuur van het water in het buffervat kan hoger dan 60 °C zijn.
Bij kortstondige werking met een temperatuur van meer dan 60 °C moet hierop gelet
worden, aangezien er een risico op vloeistofverbranding bestaat. Bij langdurig gebruik
moeten de nodige voorzieningen getroffen worden zodat de temperatuur bij het aftap-
pen niet meer dan 60 °C bedraagt, bijv. thermostaatventiel.
Als bescherming tegen verkalking mag de temperatuur van het warm water vanaf een
totale hardheid van 15°dH (2,5 mol/m³) op maximaal 50 °C worden ingesteld. Vanaf
een totale hardheid van meer dan 16,8°dH is het gebruik van een tapwaterbereiding
voor de verwarming van drinkwater in ieder geval nodig om de onderhoudsintervallen
te verlengen. Ook bij een waterhardheid van minder dan 16,8 °dH kan plaatselijk een
verhoogd verkalkingsrisico bestaan, waardoor ontharding noodzakelijk wordt. Het niet
naleven hiervan kan leiden tot voortijdig verkalken van het toestel en tot een beperkt
warmwatercomfort. De plaatselijke omstandigheden moeten steeds door de verant-
woordelijke installateur worden gecontroleerd.
Sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigings- en wasmiddelen, verfsoorten,
laksoorten, lijmstoffen, strooizout enz. mogen op en in de buurt van de warmtepomp
niet worden gebruikt (reinigen, aanbrengen enz.) of opgeslagen.
Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie aan de warmte-
pomp en andere componenten van de verwarmingsinstallatie leiden.
Ommanteling uitsluitend met een vochtige doek en een mild chloorvrij spoelmiddel
reinigen. Vervolgens onmiddellijk afdrogen.
Waterbehandeling
noodzakelijk
250 l
Totale hardheid van het drinkwater: 16 °dH
Installatievolume: 500l
d.w.z. er dient ten minste 250 l te worden behandeld.
Installatievolume in l
7
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Bws-1-08Bws-1-10Bws-1-12Bws-1-16

Inhoudsopgave