12. In-/uitgangen software
6/20
In-/uitgangen software
AUX1
aanvoertemp. koeling (BT64)
AUX2
AUX3
AUX4
AUX5
AUX6
AA3-X7
Indicatie koelmodus
13. Instellingen ruimtesensor
7/20
Instelling ruimtesensor
controlekamer sensorsyst.1
factor verwarming 1
koelfactor systeem1
14. Instellingen koeling
Koeling
8/20
delta op +20°C
delta op +40°C
koel/verw. sensor
actieve koeling starten
stapverschil compr.
15.
9/20
Op deze pagina wordt de uitlezing van externe sensoren getoond, kunnen deze temperaturen kloppen ?
(controle of de juiste sensoren heeft toegepast)
** Bij toepassing van een F2040/AMS kunt u koelen activeren in service menu 5.11.1.1.
door een vinkje te zetten bij koelen toestaan.
** Bij toepassing van een F2120 kun je koelen activeren door in de buitenunit (F2120) dipswitch S1
postitie 4 op aan te zetten. (Zie installateurshandleiding F2120)
5.4
In dit menu kunnen er functies worden gekoppeld
aan ingangen en uitgang van de software.
niet gebruikt
niet gebruikt
In dit voorbeeldplaatje is op ingang 1 de aanvoersensor
niet gebruikt
voor koeling aangesloten.
niet gebruikt
niet gebruikt
De uitgang AA3-X7 (potentiaal vrij wisselcontact) is
ingesteld als indicatie koelmodus: bedoeld om het afgiftesysteem
te laten weten dat het toestel overgaat van
verwarmen naar koelen.
Indien u een ruimtesensor heeft toegepast (RMU40 of BT50)
1.9.4
kunt u hier aanvinken of deze de stooklijn mag aanpassen of niet
op basis van de gevraagde kamertemperatuur.
Als u een vinkje heeft gezet, krijgt u de factor waarmee
u de stooklijn wil beïnvloeden te zien.
2.0
U kiest verwarmen 2.0 en koelen 0.0
0.0
Stel de huidige kamertemperatuur is 19 °C en men wenst 21 °C.
Dat wordt de gevraagde aanvoertemperatuur 2 graden x factor 2 = 4 °C hoger.
Is het 22 °C in plaats van 21°C dan wordt de gevraagde aanvoertemperatuur
1 graad x factor 2 = 2 °C lager dan de stooklijn normaal zou toepassen bij de
huidige buitentemperatuur. De aanvoer voor koelen is 18°C, die wil je niet
wijzigen, dus die factor komt op 0 °C
Als koelen is geactiveerd**, komen deze instellingen
1.9.5
De standaardinstellingen hoeft u niet te wijzigen.
3 °C
Delta T afgifte systeem bij een buitentemperatuur van 20
6 °C
Als u de ruimtesensor (naast de buitentemperatuur) mee wil laten
beslissen of het toestel in koel- of verwarmingsmodus is kunt u hier
geen
een sensor daarvoor toewijzen (PT is gewenste kamer temperatuur).
30 GM
Bij +30 graadminuten start koelen en 30 GM verder komt een
30 GM
eventueel 2e toestel bij (indien aanwezig).
Superkoeling niet aanvinken.
Tijd tussen verwarmen en koelen = 2 uur.
°C
°C.
en 40
Pagina 3