Elektrische aansluiting
5.1
Aansluitvoorwaarden
Voedingskabel
Voedingsspanning
Analoge, signaal- en
overdrachtskabels
5.2
Aansluiten van de analyzer
LET OP
Het instrument heeft geen voedingsschakelaar
‣
U moet het instrument in de nabijheid (afstand < 3 m (10 ft)) van een goed toegankelijk
stopcontact installeren, zodat deze gemakkelijk van de voedingsspanning kan worden
losgekoppeld.
‣
Houd de instructies betreffende aarding aan bij het installeren van de analyzer.
5.2.1
Installeer de kabel naar het aansluitcompartiment
De analyzer is voorzien van een voorgeïnstalleerde voedingskabel.
• Voor kastuitvoeringen is de kabellengte ongeveer 4,3 m (14.1 ft) vanaf de bodem van de
behuizing.
• Voor uitvoeren met onderkast is de kabellengte ongeveer 3,5 m (11.5 ft) vanaf de
fundering.
Aansluiting van analoge ingangen en uitgangen, Memosens-sensoren of digitale
veldbussen
1.
Verwijder het flessenrek: til de greep iets op en trek deze naar voren.
2.
Verwijder alle vloeistoftransporterende monsterleidingen.
24
Voedingskabel met veiligheidsstekker
Kabellengte 4,3 m (14.1 ft)
Bestelversie CA80xx-CA (CSA C/US General Purpose): voedingskabel conform North
American standard
De maximale variatie van de voedingsspanning mag niet meer zijn dan ±10% van de
gespecificeerde waarden op de typeplaat.
2
bijv. LiYY 10 x 0,34 mm
Liquiline System CA80SI
Endress+Hauser