Elektrische aansluiting
7.
1
Monsterafvoerslang "D" en monsterinlaatslangen SP1 en SP2 (1-/2-kanaals versie) of SPx
(4-/6-kanaals versie)
2
Afvoerslang "W"
3
4-/6-kanaals versie: kabelaansluiting voor paneel
4
Aansluitingen voor sensoren, signaalkabels
5
Voedingskabel (af fabriek aangesloten)
Installeer de kabels door de kabelwartels op de bodem van het instrument.
Voor alle uitvoeringen
8.
Installeer de kabels op het achterpaneel van het instrument zodanig, dat deze goed zijn
beschermd. Gebruik kabelclips.
9.
Installeer de kabel naar het elektronicacompartiment.
Na het aansluiten:
1.
Borg het deksel van het elektronicacompartiment met de 6 schroeven.
2.
Plaats het draagpaneel en gebruik de 6 schroeven om deze na aansluiting vast te zetten.
3.
Zet de kabelwartels op de bodem van het instrument vast om de kabels te borgen.
4.
Plaats het flessenrek terug in de behuizing.
5.3
Waarborgen beschermingsklasse
Alleen de mechanische en elektrische aansluitingen welke zijn beschreven in deze
handleiding en die nodig zijn voor het gewenste, bedoelde gebruik mogen worden uitgevoerd
op een geleverd instrument.
‣
Wees voorzichtig bij het uitvoeren van de werkzaamheden.
De individuele bescherming van dit product (beschermingsklasse (IP), elektrische veiligheid,
EMC ongevoeligheid voor interferentie, Ex-veiligheid) kan niet langer worden gegarandeerd
indien, bijvoorbeeld :
• Deksels worden open gelaten
• Andere voedingseenheden dan welke geleverd worden gebruikt
• Kabelwartels niet voldoende zijn aangedraaid (moet worden aangedraaid met
2 Nm (1,5 lbf ft) voor de gespecificeerde IP-bescherming)
• Verkeerde kabeldiameters worden gebruikt voor de kabelwartels
26
1
5
4
2
3
Liquiline System CA80SI
Endress+Hauser