3.1.3. DIP-Switches
Op de PCB is een 8‐voudige DIP‐switch aanwezig. Met deze DIP‐switches is het mogelijk een aantal
instellingen voor de RF Deurcontroller te maken. In onderstaande tabel is de functie van iedere switch
opgenomen.
Switch OFF
1
IN1 standaard werking (laag actief)
2
IN2 standaard werking (laag actief)
3
IN3 standaard werking (laag actief)
4
Functie IN2 is deuropener + TiSM ingang 2
5
Functie IN3 is 'Conditioneelstatus'
6
Standaard
7
Interne AB ontvanger AAN
8
Standaard
Standaard staan alle switches op OFF
De switches 1,2 en 3 bepalen hoe de controller op de ingangen reageert. De ingangen zijn
hardwarematig laag actief en zijn intern voorzien van een pull‐up weerstand. Een 'open' (niet
aangesloten) ingang is dus inactief. Standaard wordt door de ingang naar massa te schakelen
deze actief gemaakt. Met de switches 1,2 en 3 is het gedrag van de bijbehorende ingangen te
inverteren. Dat betekend concreet dat een 'open' (niet aangesloten) ingang als actief en een
naar massa geschakelde ingang als inactief wordt gezien.
Switch 4 bepaald de functie van IN2. Standaard is IN2 bedoeld als ingang voor een knop om de
deur te ontgrendelen, daarbij wordt de status van IN2 in een 'Online TiSM' situatie doorgezet
naar TiSM ingang 2. Indien switch 4 op ON is gezet vervalt de deuropener functie. In een 'Online
TiSM' situatie blijft de ingangsstatus van IN2 binnen TiSM op TiSM ingang 2 beschikbaar.
Switch 5 bepaald de functie van IN3. Standaard is IN3 bedoeld als 'Conditioneelstatus ' ingang.
Als switch 5 op ON is gezet, wordt in een 'Online TiSM' situatie de ingangsstatus van IN3 binnen
TiSM op ingang 2 beschikbaar. In combinatie met een RF HUB wordt deze ingang IN3 doorgezet
naar de RF HUB. De 'Conditioneelstatus' functie van IN3 vervalt zodra switch 5 op ON wordt
gezet.
Indien Switch 4 en 5 beide op ON zijn gezet, dan zal binnen TiSM de status van ingang 2 als een
logische OR functie van IN2 en IN3 beschikbaar zijn.
Switch 6 bepaald hoe de RF Deurcontroller reageert tijdens de 'loopfunctie' en in situaties dat het
uitgangsrelais reeds is bekrachtigd en er nogmaals een badge of afstandsbediening met
voldoende toegangsrechten wordt aangeboden.
Standaard blijft het relais tijdens de 'loopfunctie' continue bekrachtigd.
Standaard wordt in situaties dat het uitgangsrelais reeds is bekrachtigd en er nogmaals
een badge of afstandsbediening met voldoende toegangsrechten wordt aangeboden, de
tijd dat het relais bekrachtigd blijft, verlengt met de ingestelde slotactiveringstijd.
Als switch 6 op ON is gezet, dan zal het relais gedurende de 'loopfunctie' worden
bekrachtigd en periodiek gedurende een fractie van een seconde afvallen. De frequentie
waarmee dit gebeurd is gelijk aan de ingestelde slotactiveringstijd.
Als switch 6 op ON is gezet, zal in situaties dat het uitgangsrelais reeds is bekrachtigd en
er nogmaals een badge of afstandsbediening met voldoende toegangsrechten wordt
aangeboden, het relais gedurende een fractie van een seconde afvallen en vervolgens
gedurende de ingestelde slotactiveringstijd bekrachtigd blijven.
Switch 7 is bedoeld om de interne AB ontvanger van de RF Deurcontroller in of uit te schakelen.
Bij gebruik van een externe AB ontvanger moet de interne AB ontvanger worden uitgeschakeld
door switch 7 op ON te zetten.
Switch 8 moet voor een juiste werking op OFF staan. Indien Switch 8 op ON wordt gezet en de
spanning van de RF Deurcontroller wordt uit‐ en ingeschakeld, dan zal de RF Deurcontroller
resetten, waarbij het gehele geheugen wordt gewist.
Installatiehandleiding ten behoeve van de Radaris Evolution RF Deurcontroller
ON
IN1 wordt geïnverteerd
IN2 wordt geïnverteerd
IN3 wordt geïnverteerd
Functie IN2 is TISM ingang 2
Functie IN3 is TISM ingang 2
Speciale slot aansturing
Interne AB ontvanger UIT
RESET bij opstart
Pagina 8 van 16
Versie 1.0, release 20130311