2.2
Continuous Optical Path Monitoring (COPM)
COPM controleert om de 2 minuten het optische pad van het toestel (van de interne UV- en IR-detec-
tors via een luchtspleet, dan het optische venster) en bijbehorende elektronische circuits. Als het opti-
sche venster geblokkeerd is door ongewenste objecten, zoals ijs, vuil of brokstukken gedurende twee
achtereenvolgende controles, dan activeert het toestel de volgende storingsuitgang:
•
2,0 mA signaal
•
Storingsrelais wordt onbekrachtigd
•
Modbus-signaal
Als er een COPM-storing optreedt, wordt elke 30 seconden een COPM uitgevoerd tot de storing is
opgeheven. Wanneer de storingsconditie is opgeheven, vindt er om de 2 minuten een COPM plaats.
Omdat COPM om de 2 minuten het optische pad controleert en twee achtereenvol-
gende controles in een storing moeten resulteren, kan het in totaal 3 minuten duren
voordat het toestel een blokkade identificeert.
De onderhoudsinstructies vindt u in hoofdstuk 5.2 "Reinig het optische venster en de reflectors".
2.3
Definities bedrijfsmodi door LEDs aangegeven
De LEDs geven de volgende bedrijfsmodi aan van het toestel.
Toestelstatus
Geen voeding
Start voeding aan
Gereed/normaal
Storing - COPM
Storing - andere
Alarm low
Alarm high
Alternatieve modus
Alle LEDs uit
Alle LEDs knipperen afwisselend 10 s
Groene LED = AAN
Gele LED = UIT
Rode LED = UIT
Groene LED = AAN
Gele LED = langzaam knipperend (1 Hz)
Rode LED = UIT
Groene LED = AAN
Gele LED = AAN
Rode LED = UIT
Groene LED = AAN
Gele LED = UIT
Rode LED = langzaam knipperend (1 Hz)
Groene LED = AAN
Gele LED = UIT
Rode LED = AAN
FL500 UV/IR, FL500-H
Standaard modus
Groene LED = AAN met hartslag
(5 s AAN, 0,5 s UIT)
Groene LED = UIT
Groene LED = UIT
Groene LED = UIT
Groene LED = UIT
vlamdetector
2
Omschrijving
NL
9