Een objectief bevestigen
Let goed op dat er geen stof in de camera komt wanneer u het objectief verwijdert.
In deze handleiding wordt meestal een AF-S DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.6G VR-
objectief als voorbeeld gebruikt.
X
Schaal brandpuntsafstand
Scherpstelring (0 34)
1
Zet de camera uit.
2
Verwijder de achterste
objectiefdop en de bodydop.
3
Bevestig het objectief.
Zorg dat de bevestigingsmarkering
op het objectief in lijn staat met de
markering op de camerabody en
plaats het objectief in de
bajonetvatting van de camera (q).
Draai het objectief linksom totdat het
op zijn plaats klikt, waarbij u erop let
dat u niet op de objectiefontgrendeling drukt (w).
Schuif de A-M-schakelaar op A
(autofocus; als het objectief over een
M/A-M-schakelaar beschikt, selecteer
dan M/A voor autofocus met een
handmatige voorkeuze).
D
Autofocus
Autofocus wordt enkel ondersteund voor AF-S- en AF-I-objectieven die uitgerust zijn met
autofocusmotoren. Autofocus is niet beschikbaar voor andere AF-objectieven.
12
Objectiefdop
Zoomring
Index brandpuntsafstand
Bevestigingsmarkering
CPU-contacten
Achterste objectiefdop
Schakelaar A-M-selectie (zie hieronder)
VR-schakelaar (vibratiereductie)