9. Thermische beeld frame
10.
DMM-meting wordt onder de temperatuurmeting getoond. Stel de meter in
De
om de Multimeter aflezingen over de afbeelding heen laten zien in het Afbeelding
Mode menu.
Om de warmtebeeldcamera aan te passen aan uw wensen, raadpleegt u
5.2.2, Thermische Instellingen
stappen:
1. Zet de functieschakelaar op een willekeurige positie.
2. Druk op de IGM-knop om de IGM warmtebeeldcamera aan te zetten. Richt de
warmtebeeldlens (gelegen op de achterkant van de meter) in de richting van
een gebied om te meten.
3. Op het display verschijnt de temperatuurmeting in de linker bovenhoek voor
het beoogde gebied, samen met de op dat moment geselecteerde
emissiewaarde.
4. In de Warmtebeeld-mode kunnen de laserrichter en het display dradenkruis
worden gebruikt om te helpen bij het bepalen van het te meten punt. Deze
hulpmiddelen kunnen AAN of UIT worden geschakeld in de Thermische
Instellingen menu.
5. In de warmtebeeld mode, blijft de meter normaal als een Multimeter
functioneren en kunt u nog steeds de elektrische functies gebruiken. Merk op
dat in de warmtebeeld-mode de elektrische functies worden getoond aan de
linkerzijde van het scherm en dat ze kunnen worden uitgeschakeld, indien
gewenst, in het Beeld Mode menu.
6. De Afstand tot Punt ratio voor de warmtebeeldcamera is 30:1 wat betekent
dat het te meten punt 30 keer kleiner is dan de afstand van de meter tot het
punt (op een afstand van 30", 'ziet' de meter een plek van 1"). Zie Fig. 8-2.
7. De FOV (Gezichtsveld) van de warmtebeeldcamera is 50 graden
(bovenaanzicht) en 38,6 graden (zijaanzicht), zie afb. 8-3 (a) en (b).
FLIR DM284 GEBRUIKERS HANDLEIDING
Menu. Voor basishandelingen volgt u de volgende
34
Document Identifier: DM284-nl-NL_AC
Paragraaf