3.
Herhaal stappen 2-4 uit paragraaf
met de volgende stappen als u het bedieningspaneel op de projector gebruikt.
4.
Druk herhaaldelijk op
grootte.
5.
Om door het beeld te navigeren, drukt u op MODE/ENTER om te schakelen naar
de panmodus. Druk op de pijltoetsen ( ,
6.
Gebruik de richtingstoetsen ( ,
om het beeld te verschuiven.
7.
Om het beeld te verkleinen, drukt u op MODE/ENTER om terug te keren naar de
functie voor in-/uitzoomen. Druk op AUTO om de oorspronkelijke grootte van het
beeld te herstellen. U kunt ook herhaaldelijk op
grootte is hersteld.
Het beeld kan alleen worden verschoven nadat het beeld is vergroot. U kunt het beeld verder
vergroten terwijl u details zoekt.
De beeldverhouding selecteren
De 'beeldverhouding' is de verhouding tussen de breedte en de hoogte van het beeld. De
meeste analoge tv"s en computers hebben een beeldverhouding van 4:3 en digitale tv's en
dvd's hebben doorgaans een verhouding van 16:9 of 16:10.
Door de opkomst van digitale signaalverwerking kunnen digitale weergaveapparaten zoals
deze projector, het beeld dynamisch uitrekken en de beelduitvoer schalen naar een andere
verhouding dan die van het beeldingangssignaal.
De beeldverhouding van de projectie veranderen (ongeacht de beeldverhouding van de
bron):
•
Met de afstandsbediening
1.
Druk op Aspect om de huidige instelling te tonen.
2.
Druk herhaaldelijk op Aspect om een beeldverhouding te selecteren die past bij het
formaat van het videosignaal en de vereisten van het scherm.
•
Via het OSD-menu
1.
Druk op MENU/EXIT en vervolgens op
wordt gemarkeerd.
2.
Druk op
3.
Druk op
het videosignaal en de vereisten van het scherm.
Over de beeldverhouding
1.
Auto: schaalt een beeld verhoudingsgewijs volgens de oorspronkelijke resolutie van
de projector in horizontale of verticale breedte. Deze instelling is geschikt voor een
binnenkomend beeld dat noch 4:3 noch 16:9 is en waarbij u een zo groot mogelijk
deel van het scherm wilt gebruiken zonder dat u de beeldverhouding verandert.
2.
Werkelijk: Het beeld wordt geprojecteerd in de oorspronkelijke resolutie en de
grootte wordt aangepast binnen het weergavegebied. Bij ingangssignalen met een
lagere resolutie, wordt het geprojecteerde beeld kleiner weergegeven dan op een
volledig scherm. Indien nodig kunt u de zoominstelling aanpassen of de projector
dichter bij het scherm plaatsen zodat het beeld wordt vergroot. Het is ook mogelijk
dat u opnieuw zult moeten scherpstellen nadat u deze aanpassingen hebt uitgevoerd.
op de projector om het beeld te vergroten tot de gewenste
om Beeldverhouding te markeren.
/
om een beeldverhouding te selecteren die past bij het formaat van
"Met de afstandsbediening"
,
,
,
,
) op de projector of afstandsbediening
drukken tot de oorspronkelijke
/
tot het menu WEERGAVE
hierboven. Of ga verder
) om het beeld te verschuiven.
Bediening 35