Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

De Gewenste Beeldgrootte Van De Projectie Instellen - Benq Sp920 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

De gewenste beeldgrootte van de projectie instellen

De afstand van de lens van de projector tot het scherm, de zoominstellingen en het videoformaat zijn allemaal
factoren die de grootte van het geprojecteerde beeld bepalen.
4:3 is the eigen beeldverhouding van de projector. Voor de projectie van beelden met een 16:9-verhouding
(breedbeeld) dient de projector de grootte van de desbetreffende beelden aan te passen aan de native
beeldbreedte van het apparaat. De hoogte van de beelden bedraagt hierdoor ongeveer 75% van de native
beeldhoogte van de projector.
4:3-beeld in een 4:3-
16:9-beeld aangepast aan
beeldvlak
een 4:3-beeldvlak
Bij een 16:9-beeld wordt dus 25% van de mogelijke beeldhoogte bij een 4:3-beeld niet gebruikt. Als een beeld met
een verhouding van 16:9 in het verticale midden van een 4:3-projectiebeeld wordt weergegeven, worden boven
en onder het aangepaste 16:9-beeld donkere balken weergegeven (met beide een hoogte van 12,5%).
Plaats de projector altijd op een stabiel, niet hellend oppervlak (bijvoorbeeld op een tafel) en in een loodrechte
positie (90°) ten opzichte van het midden van het scherm. Zo voorkomt u beeldvervorming die wordt
veroorzaakt door de projectiehoek (of wanneer u op oppervlakken met hoeken projecteert).
De hedendaagse digitale projectoren projecteren niet recht vooruit zoals oudere modellen met spoelen. Ze
projecteren het beeld in een hoek net boven het horizontale vlak van de projector. Op deze manier kan de
gebruiker de projector gewoon op een tafel plaatsen en worden de beelden zodanig op het scherm geprojecteerd
dat de onderste rand van het scherm net boven de tafelrand komt (zodat iedereen in de kamer het scherm goed
kan zien).
De projector moet ondersteboven tegen het plafond worden geïnstalleerd, zodat het beeld in een hoek naar
omlaag wordt geprojecteerd.
Op het diagram op pagina
15
ziet u dat de onderste rand van het geprojecteerde beeld verticaal verschoven zit ten
opzichte van het horizontale vlak van de projector. Bij de plafondmontage is dat de bovenste rand van het
geprojecteerde beeld.
Als de projector verder van het scherm staat, wordt het geprojecteerde beeld groter. Ook de verticale hoek wordt
groter.
Wanneer u de positie van het scherm en de projector bepaalt, dient u rekening te houden met de grootte van het
geprojecteerde beeld én met de verticale hoek. Deze zijn beide afhankelijk van de afstand tot het scherm.
Bepaal aan de hand van de tabel met schermgrootten (4:3) de ideale positie van de projector. U dient rekening te
houden met de loodrechte horizontale afstand tot het midden van het scherm (projectieafstand) en met de
verticale hoek van de projector ten opzichte van de horizontale rand van het scherm.
13
De projector positioneren
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave