OPMERKINGEN
Als u een fader gebruikt, wordt deze niet
alleen toegepast op het beeld maar ook op het
geluid. Als u een effect gebruikt, wordt het
geluid normaal opgenomen.
Ook als u de digitale effecten uitschakelt of
het opnameprogramma wijzigt, onthoudt de
camcorder de door u laatst geselecteerde
instelling.
Instelling
FUNC.
(
29)
Pictogram van het momenteel
FUNC.
geselecteerde Digitale effect
FUNC.
**
Gewenst(e) fader/effect*
* Op het display kunt u een preview
(voorbeeld) van het effect bekijken.
** Het pictogram van het geselecteerde effect
verschijnt.
Faders en effecten toepassen
1
Als de joystickaanduiding niet op het
scherm wordt weergegeven, druk dan
op (
) om deze op te roepen.
2
Druk (
) op de joystick naar
• Als
niet verschijnt op de
joystickaanduiding, druk (
joystick dan herhaaldelijk naar [NEXT/
VOLGENDE] om de joystickaanduiding in
de bovenstaande afbeelding op te
roepen.
• Het pictogram van het geselecteerde
effect wordt groen.
• Druk (
) op de joystick opnieuw naar
om de fader of het effect uit te
schakelen.
NEXT
.
) op de
I
NFADEN
In de opnamepauzestand (
(
) op de joystick naar
vervolgens op
Start/Stop
te beginnen met infaden.
U
ITFADEN
Tijdens het opnemen (
de joystick naar
, en druk vervolgens
op
Start/Stop
om uit te faden tot de pauze.
E
EN EFFECT ACTIVEREN
: Tijdens het opnemen of in
de opnamepauzestand: Druk (
joystick naar
.
: Bij het maken van een foto:
Druk (
) op de joystick naar
PHOTO
vervolgens op
maken.
Overige functies
65
): Druk
, en druk
om de opname
): Druk (
) op
) op de
en druk
om de foto te
NL