Afhankelijk van de opname kan het
voorkomen dat het beeld of geluid even stopt
op het punt waar een andere scène begint.
Foto's weergeven
1
Schuif de aan/uit-schakelaar naar ON,
vervolgens omlaag naar MODE en laat
de schakelaar los om de camcorder in
de stand PLAY te zetten.
De groene indicator PLAY gaat
vervolgens branden.
2
Zet de schakelaar
fotostand
.
3
Wijzig, indien nodig, de opslaglocatie
voor de foto's.
Raadpleeg De opslaglocatie
selecteren voor de foto's (
(
10)
/
in de
35).
4
Druk op (
) op de joystick om van
de ene foto naar de andere te gaan.
BELANGRIJK
De volgende foto's worden mogelijk niet goed
weergegeven:
- Foto's die niet met deze camcorder zijn gemaakt.
- Foto's die zijn bewerkt op een computer of die zijn
geupload vanaf een computer.
- Foto's waarvan de bestandsnamen zijn gewijzigd.
Als het kaart- of schijftoegangspictogram (
of
) op het scherm wordt weergegeven en de
schijftoegangsindicator (DISC) of
kaarttoegangsindicator (CARD) brandt of knippert,
moet u zich houden aan de voorschriften hieronder.
U kunt uw gegevens anders voorgoed kwijtraken.
- Stel de camcorder niet bloot aan trillingen of stoten.
- Open de afdekking van de schijf of
geheugenkaartsleuf niet en verwijder de schijf of
geheugenkaart niet.
- Haal de stekker niet uit het stopcontact en zet de
camcorder niet uit.
- Wijzig de stand van de schakelaar
bedieningsstand niet.
Diashow
SLIDESHOW
FUNC.
(
29)
1
FUNC.
Druk op
.
2
Selecteer met (
[
SLIDESHOW/
op (
).
3
Selecteer met (
en druk op (
).
• Foto's worden na elkaar weergegeven.
FUNC.
• Druk op
om de diashow stop te
zetten.
Indexscherm
Verplaats de zoomregelaar naar W.
1
Het indexscherm voor foto's
verschijnt.
2
Selecteer met (
Afspelen
39
/
en de
) de optie
DIASHOW] en druk
) de optie [START]
,
) een foto.
NL