MOGELIJK GEVAAR
Wanneer de kabel te veel gespannen wordt,
beweegt de maaier vooruit zonder dat de
zelfaandrijving ingeschakeld is.
WAT ER KAN GEBEUREN
Contact met de bewegende maaier kan
ernstig letsel van bestuurder of omstanders
veroorzaken.
GEVAARLIJKE SITUATIES
VOORKOMEN
De kabel van de wielaandrijving niet te
strak spannen.
4.
CONTROLEREN VAN DE AFSTELLING – De
kabel is goed afgesteld wanneer de wielen vrij
beginnen te draaien als de bedieningsstang zich
op ca. 4 cm van de handgreep bevindt (fig. 20).
5.
Herhaal indien nodig stap 2 en 3, totdat de juiste
afstelling is bereikt.
Afstellen van de remkabel
(fig. 21)
Wanneer een nieuwe bladremkabel wordt
geïnstalleerd, is afstelling noodzakelijk.
1.
Zet de motor af. Trek de bougiekabel van de
bougie.
2.
CONTROLEREN VAN DE AFSTELLING –
Beweeg de bedieningsstang naar de handgreep
toe, totdat de speling uit de kabel is genomen.
De ruimte tussen de remhendel en de handgreep
moet 3,2 mm–6,4 mm bedragen. Zie stap 3 voor
de afstelling.
3.
AFSTELLEN VAN DE KABELMANTEL –
Draai de moer op de kabelklem los. Steek een
voorwerp met een afmeting van 3,2 mm–6,4 mm
tussen remhefboom en handgreep. Trek de
16
kabelmantel omlaag tot alle speling in de kabel
is opgeheven. Draai de moer op de kabelklem
weer vast.
Controleren/verwijderen/
slijpen van het mes
Maai altijd met een scherp mes. Met een scherp mes
bereikt u een goed maairesultaat zonder het gras af te
scheuren, wat bij een bot mes kan gebeuren.
1.
Tap alle benzine af uit de brandstoftank, zie
Aftappen van benzine.
2.
Trek de bougiekabel van de bougie.
3.
Als er een graszak op de maaier zit, sluit u het
deurtje op de maaikast en verwijdert u de zak.
4.
Zet de maaier op zijn linkerkant (fig. 22). Zorg
ervoor dat het mes niet draait, omdat daardoor
startproblemen kunnen ontstaan.
5.
CONTROLEREN VAN HET MES – Controleer
het mes zorgvuldig op scherpte en slijtage, met
name op het raakvlak van vlakke en gebogen
delen (fig. 23A). Het metaal dat deze delen
verbindt kan door zand en schurend materiaal
afslijten. Het mes moet daarom voor gebruik
worden gecontroleerd. Als u gleuven of slijtage
constateert (fig. 23B en C), dient het mes door
een nieuw TORO-mes te worden vervangen. Zie
hiervoor stap 6.
NB.:
U bereikt het beste resultaat, wanneer u
voor het begin van het maaiseizoen een
nieuw TORO-mes plaatst. In de loop
van het jaar kunt u dan kleine
onregelmatigheden wegvijlen om de
snijrand scherp te houden.
6.
VERWIJDEREN VAN HET MES – Pak het
uiteinde van het mes vast met behulp van een
oude lap of dikke gewatteerde handschoen.
Verwijder de mesbout, de veerring, de versneller
en het mes (fig. 22).