Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Werking; Bedrijfssituaties; Normaal Bedrijf Met Pompen Met Een Constant Toerental - Sc - Wilo Control Sc2.0-Booster Inbouw- En Bedieningsvoorschriften

Inhoudsopgave
nl
5.2

Werking

5.3

Bedrijfssituaties

5.3.1
Normaal bedrijf met pompen met
een constant toerental – SC
10
voor de overstroombeveiliging (instelwaarde: 0,58 * IN) en het tijdrelais voor de ster-
driehoek-omschakeling (pos. 5)
Het via microcontrollers bestuurde Smart-regelsysteem is bedoeld voor de besturing en re-
geling van drukverhogingsinstallaties met maximaal 4 enkelpompen. De druk van de instal-
latie wordt met overeenkomstige druksensoren gemeten en lastafhankelijk geregeld.
SCe
Elke pomp beschikt over een geïntegreerde frequentieomvormer. In de regelingsmodus
druk constant (p-c) neemt alleen de basislastpomp de toerentalregeling voor zijn rekening.
In de regelingsmodus druk variabel (p-v) worden alle pompen geregeld en draaien behalve
tijdens start of stop van een pomp met hetzelfde toerental.
SC
Alle pompen zijn pompen met een vast toerental. De drukregeling is een 2-puntsregeling.
Afhankelijk van de vereiste belasting worden niet-geregelde pieklastpompen automatisch
bij- of uitgeschakeld.
Fig. 4: Normaal bedrijf van regelsystemen met pompen met een constant toerental
2
Inschakeldrempel van de basislastpomp
3
Uitschakeldrempel van de basislastpomp
4
Inschakeldrempel van de pieklastpompen
5
Uitschakeldrempel van de pieklastpompen
Een elektronische druksensor levert de werkelijke drukwaarde als stroomsignaal van
4 ... 20 mA of 0 ... 20 mA.
Meetbereik instellen: Installatie→Sensoren→Perszijde meetbereik
Sensortype instellen: Installatie→Sensoren→Perszijde sensortype
Omdat er geen mogelijkheid voor een lastafhankelijke toerentalaanpassing van de basis-
lastpomp is, werkt het systeem als tweepuntsregelaar en houdt het de druk binnen het be-
reik tussen de bij- en uitschakeldrempels.
Regelingsinstelling→Gewenste waarden→In- en uitschakeling van de basislastpomp
Regelingsinstelling→Gewenste waarden→In- en uitschakeling van de SLP
Stel de in- en uitschakeldrempels in verhouding tot het basissetpoint (Regelingsinstel-
lingen→Gewenste waarden→Gewenste waarden 1) in.
Als er geen melding „Extern Uit" en geen storing is en de aandrijvingen en de automaat ge-
activeerd zijn, start de basislastpomp als de inschakeldrempel wordt onderschreden (2).
Wanneer aan het gevraagde benodigde vermogen niet door deze pomp kan worden vol-
daan, wordt er een pieklastpomp, of worden bij nog meer benodigde capaciteit nog meer
pieklastpompen, bijgeschakeld (inschakeldrempel (4)).
Regelingsinstelling→Stand-by→Aandrijvingen, automatisch
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo-Control SC2.0-Booster • Ed.01/2023-09
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave