KEYSTONE SERIE GR VLINDERKLEPPEN MET VEERKRACHTIGE ZITTINGEN GRW/GRL
HANDLEIDING VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK
OPMERKINGEN
• De afsluiter kan met of zonder aandrijving op
de afsluiter in de leiding gemonteerd worden.
Draai langzaam het klepblad als het klepblad de
aangrenzende leiding raakt.
• Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker van
de afsluiter (en niet van de fabrikant van de afsluiter)
zich ervan te verzekeren dat het leidingsysteem
volgens de juiste eisen is aangelegd en dat de
afsluiter naar behoren is geïnstalleerd.
• De krachten en momenten die door de
aangrenzende leidingen op de afsluiter worden
overgebracht, moeten tijdens en na installatie tot
een minimum beperkt blijven.
• Verplaatsen en optillen van de afsluiter MOET
gebeuren volgens de voorschriften in paragraaf 1.2
Verplaatsing.
BELANGRIJK
De contactvlakken van de flenzen moeten in
goede staat verkeren en vrij zijn van vuil en/of
deeltjes, en de binnenkant van de leidingen moet
goed schoon zijn.
3.3.1 Bestaand systeem (zie figuur 2)
1. Controleer of de afstand tussen de flenzen
overeenkomt met de bouwlengte van de
afsluiter. Spreid de flenzen met geschikt
gereedschap om de afsluiter gemakkelijk in
de leiding te kunnen plaatsen.
2. Steek bij ringtype afsluiters een paar bouten
door de flensgaten om de afsluiter te dragen
als hij tussen de flenzen geplaatst is.
3. Sluit de afsluiter zover dat de rand van het
klepblad ten minste 10 mm (⅜") binnen het
huis valt.
4. Plaats de afsluiter tussen de flenzen,
centreer de afsluiter en plaats alle
flensbouten. Draai de bouten met de hand
vast.
5. Open de afsluiter langzaam volledig.
(Het klepblad is uitgelijnd met de parallelle,
vlakke kanten of spiebaan aan de bovenzijde
van de as. De spiebaan wijst naar de rand
van het klepblad.)
6. Houdt de afsluiter goed uitgelijnd, neem de
flensspreiders voorzichtig weg en draai de
flensbouten weer met de hand aan.
7. Draai de afsluiter langzaam open en dicht
om te controleren of het klepblad voldoende
speling heeft.
8. Zet alle bouten kruislings met het juiste
aanhaalmoment vast. Nooit te vast
aandraaien.
3.3.2 Nieuw systeem (zie figuur 2)
1. Draai het klepblad bijna helemaal dicht
en centreer beide flenzen ten opzichte van
het afsluiterhuis. Zet het huis met enkele
flensbouten goed vast.
2. Plaats de combinatie flens-afsluiter-flens
gecentreerd ten opzichte van de leiding.
3. Zet de flenzen met een paar puntlassen vast
aan de leiding.
4. Verwijder de bouten en haal de afsluiter weg
tussen de flenzen.
BELANGRIJK
Las de flenzen nooit helemaal vast terwijl de
afsluiter tussen de flenzen zit geklemd; de hitte
zal de zitting ernstig beschadigen.
5. Las nu de flenzen aan de leiding vast en laat
de flenzen geheel afkoelen.
6. Plaats nu de afsluiter volgens de procedure
die hierboven is beschreven voor bestaande
systemen.
3.4 Controle van de afsluiter
Controleer de werking van de afsluiter door
hem in de "geheel open" en de "geheel
gesloten" stand te zetten. Ter controle
van de werking van de afsluiter moet de
standaanwijzer van het klepblad op de
aandrijving of de handbediening verdraaien
van de aanduiding "geheel open" naar
"geheel gesloten" op de aandrijving of de
meerstandenplaat. Voor normale installaties
sluit het klepblad van de afsluiter in de richting
van de klok.
3