KEYSTONE SERIE GR VLINDERKLEPPEN MET VEERKRACHTIGE ZITTINGEN GRW/GRL
HANDLEIDING VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK
3 INSTALLATIE
WAARSCHUWING!
In verband met de veiligheid is het belangrijk de
volgende voorzorgsmaatregelen te treffen voordat
u aan de afsluiter begint te werken:
1. Personeel moet bij het afstellen gebruik maken
van geschikt gereedschap. Alle noodzakelijke
persoonlijke beschermingsmiddelen moeten
worden gedragen.
2. Voor installatie moet de leiding drukloos zijn.
3. Installeren en verplaatsen van de afsluiter
mag alleen gedaan worden door personeel dat
getraind is in alle aspecten van het handmatig
of machinaal verplaatsen van de afsluiter.
4. Oneigenlijk gebruik van de afsluiter is niet
toegestaan. De afsluiter, hendel, aandrijving
of andere onderdelen mogen bijvoorbeeld niet
als 'opstapje' worden gebruikt.
5. Zorg ervoor dat de druk-/temperatuurgrenzen
zoals aangegeven op het typeplaatje binnen
de bedrijfsomstandigheden vallen. Het
trimnummer op het identificatieplaatje van de
afsluiter geeft de gebruikte afsluitermaterialen
aan. Zie de producthandleiding voor het
desbetreffende P/T-diagram en een
omschrijving van de trimnummers.
6. Let erop dat de materialen van de afsluiter
geschikt zijn voor het medium in de leiding.
3.1 Visuele inspectie van de afsluiter
1. Controleer of de constructiematerialen
zoals aangegeven op het typeplaatje
geschikt zijn voor de beoogde toepassing en
volgens specificatie.
2. Identificatie van het typeplaatje
Fabrikant:
Keystone
Model:
Serie GRW of GRL
Nominale maat:
DN of NPS
M.P.W.P.:
maximaal toelaatbare
werkdruk
Flenscompatibiliteit: bijv. ANSI 125/150
PN 10/16
Temperatuur:
bijv. -40/120°C
(-40/250°F)
Trim:
Constructiematerialen
3.2 Compatibiliteit van flenzen en leidingen
Controleer voor installatie of het boutenpatroon
van afsluiter en leidingflenzen overeenkomen
Flenzen moeten aan de volgende eisen voldoen
(zie figuur 1):
- Binnendiameter:
D min.: De afsluitermaat Q + voldoende
speling voor de klep.
D max.: De optimale binnendiameter (ID) is
gelijk aan de binnendiameter van
flensnorm EN 1092-1, tabel 8, type 11
of ASME B16.5, tabel 8, lasflens,
afmetingen B. Voor binnendiameters
die groter zijn dan de eerder
genoemde D max. en kleiner dan JIS
B 2220 flenstypes SOP, SOH en SW is
de max. bedrijfsdruk verlaagd tot 70%
van de nominale druk van de afsluiter
(zie druk-/temperatuurdiagram).
Voor toepassingen met een grotere
binnendiameter dan D max. wordt
gebruik als eindafsluiter afgeraden.
- Als de flens (of leiding) is voorzien van
een verhoogd aansluitvlak, moet de
binnendiameter hiervan ten minste 8 mm
groter zijn dan de maat YY van de afsluiter.
Het gebruik van flenspakkingen is niet
toegestaan, omdat dit de afsluiter kan
beschadigen.
Het ontwerp van de Keystone-zitting maakt
gebruik van flenspakkingen overbodig.
Gebruik flensbouten volgens de desbetreffende
norm.
Gebruik geen flenspakkingen; deze
zouden kunnen leiden tot beschadiging
van de afsluiter!
3.3 Installatie van de afsluiter
De afsluiters zijn bidirectioneel en kunnen
in beide richtingen ten opzichte van de
stroming gemonteerd worden. De afsluiter
zal de stroming in beide richtingen regelen.
De aanbevolen installatiestand is met de as
horizontaal waarbij de onderrand van het
klepblad met de stromingrichting mee opent.
(Vooral bij slurries en bij media met een
neiging tot sedimentatie). Voor een optimale
regeling en probleemloze werking wordt
een rechte leiding aanbevolen van 10 tot 20
leidingdiameters aan de inlaatzijde en 3 tot 5
leidingdiameters aan de uitlaatzijde.
Een afsluiter is geen koevoet. Gebruik de
afsluiter niet om de flenzen te spreiden. De
zitting kan hierdoor beschadigd raken.
FIGUUR 1
2