Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Een Aangepast Activiteitenprofiel Maken; Een Activiteitenprofiel Verwijderen; Activiteitinstellingen; Gegevensschermen Aanpassen - Garmin Forerunner 630 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

4
Selecteer zo nodig Kleur en selecteer een accentkleur voor
het profiel.
5
Selecteer zo nodig Naam en voer een nieuwe naam in voor
het profiel.

Een aangepast activiteitenprofiel maken

1
Selecteer
> Instellingen > Activiteitenprofielen > Voeg
nieuw toe.
2
Selecteer een sport.
3
Selecteer een accentkleur.
4
Selecteer een profielnaam of voer een aangepaste naam in.
Identieke profielnamen zijn voorzien van een nummer.
Voorbeeld: Hardlopen(2).
5
Selecteer een optie:
• Selecteer Gebruik standaard om uw aangepaste profiel
te maken op basis van de standaardinstellingen.
• Selecteer een kopie van een bestaand profiel om uw
aangepaste profiel te maken op basis van een van uw
opgeslagen profielen.
6
Selecteer een optie:
• Selecteer Wijzig instellingen om specifieke
profielinstellingen aan te passen.
• Selecteer OK om het aangepaste profiel op te slaan en te
gebruiken.
Het nieuwe profiel wordt uw actieve profiel.

Een activiteitenprofiel verwijderen

1
Selecteer
> Instellingen > Activiteitenprofielen.
2
Selecteer een profiel.
OPMERKING: U kunt het actieve profiel niet verwijderen.
3
Selecteer Verwijder profiel >

Activiteitinstellingen

Met de volgende instellingen kunt u uw toestel aanpassen aan
uw trainingsbehoeften. U kunt bijvoorbeeld gegevensschermen
aanpassen en waarschuwingen en trainingsfuncties
inschakelen.

Gegevensschermen aanpassen

U kunt gegevensschermen aanpassen aan uw trainingsdoelen
of optionele accessoires. U kunt bijvoorbeeld op een van de
gegevensschermen uw rondetempo of hartslagzone laten
weergeven.
1
Selecteer
> Activiteitinstellingen >
Gegevensschermen.
2
Selecteer een scherm.
3
Selecteer zo nodig Status > Aan om het gegevensscherm in
te schakelen.
Sommige schermen kunnen alleen worden in- en
uitgeschakeld.
4
Wijzig zo nodig het aantal gegevensvelden.
5
Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.

Waarschuwingen

U kunt waarschuwingen gebruiken om te trainen op
doelstellingen die zijn gebaseerd op hartslag, tempo, tijd,
afstand, cadans en calorieën en om tijdintervallen voor
hardlopen/wandelen in te stellen.
Bereikwaarschuwingen instellen
Een bereikwaarschuwing wordt afgegeven telkens wanneer het
toestel een waarde meet die boven of onder een opgegeven
waardenbereik ligt. Als het toestel bijvoorbeeld is voorzien van
een optionele hartslagmeter, kunt u het toestel waarschuwingen
laten geven als uw hartslag onder zone 2 of boven zone 5 komt
(Uw hartslagzones instellen, pagina
12
.
9).
1
Selecteer
> Activiteitinstellingen > Alarmen > Voeg
nieuw toe.
2
Selecteer het type waarschuwing.
Afhankelijk van uw accessoires en het activiteitenprofiel,
kunnen de waarschuwingen gegevens bevatten voor
hartslag, tempo, snelheid en cadans.
3
Schakel indien nodig de waarschuwing in.
4
Selecteer een zone of voer een waarde in voor elke
waarschuwing.
Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
een bericht weergegeven. Het toestel laat ook een pieptoon
horen of trilt als geluidssignalen zijn ingeschakeld
toestelgeluiden instellen, pagina
Een terugkerende waarschuwing instellen
Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
minuten waarschuwt.
1
Selecteer
> Activiteitinstellingen > Alarmen > Voeg
nieuw toe.
2
Selecteer een optie:
• Selecteer Aangepast, selecteer een bericht en selecteer
een type waarschuwing.
• Selecteer Tijd, Afstand of Calorieën.
3
Voer een waarde in.
Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
bereikt, wordt een bericht weergegeven. Het toestel geeft ook
een pieptoon of trilt als geluidssignalen zijn ingeschakeld
toestelgeluiden instellen, pagina
Looppauze-waarschuwingen instellen
In bepaalde hardloopprogramma's worden regelmatige
looppauzes ingelast. Tijdens een lange training kan het toestel u
bijvoorbeeld waarschuwen om na vier minuten hardlopen steeds
één minuut gewoon te lopen. U kunt de functie Auto Lap
gebruiken wanneer u gebruikmaakt van de waarschuwing voor
hardlopen/gewoon lopen.
OPMERKING: Looppauzewaarschuwingen zijn alleen
beschikbaar voor hardloopprofielen.
1
Selecteer
> Activiteitinstellingen > Alarmen > Voeg
nieuw toe.
2
Selecteer Ren/Loop.
3
Voer een tijd in voor het hardloop-interval.
4
Voer een tijd in voor het loop-interval.
Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
bereikt, wordt een bericht weergegeven. Het toestel geeft ook
een pieptoon of trilt als geluidssignalen zijn ingeschakeld
toestelgeluiden instellen, pagina
Een waarschuwing wijzigen
1
Selecteer
> Activiteitinstellingen > Alarmen.
2
Selecteer een waarschuwing.
3
Wijzig de waarden of instellingen van de waarschuwing.

Hardlopen met de metronoom

De metronoomfunctie laat met een regelmatig ritme tonen horen
die u helpen uw prestaties te verbeteren door te trainen in een
snellere, tragere of meer consistente cadans.
OPMERKING: De metronoom is niet beschikbaar voor
fietsprofielen.
1
Selecteer
> Activiteitinstellingen > Metronoom >
Status > Aan.
2
Selecteer een optie:
• Selecteer Tikken per minuut om een waarde in te voeren
op basis van de cadans die u wilt aanhouden.
(De
14).
(De
14).
®
(De
14).
Uw toestel aanpassen

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave