Handleiding Garmin SPEED SENSOR 2, CADENCE SENSOR 2
![]()
Inleiding
Raadpleeg de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
Raadpleeg altijd uw arts voordat u met een trainingsprogramma begint of dit wijzigt.
De snelheidssensor installeren
OPMERKING: als u deze sensor niet hebt, kunt u deze taak overslaan.
TIP: Garmin® adviseert u om uw fiets op een standaard te zetten tijdens het installeren van de sensor.
- Plaats en houd de snelheidssensor boven op de wielnaaf.
- Trek de band
om de wielnaaf en bevestig deze aan de haak
op de sensor.
De sensor kan gekanteld zijn bij installatie op een asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking.
![Garmin - SPEED SENSOR 2 - De snelheidssensor installeren De snelheidssensor installeren]()
- Draai het wiel om te controleren of er voldoende ruimte is. De sensor mag geen andere onderdelen van uw fiets raken.
OPMERKING: de LED knippert vijf seconden groen om activiteit aan te geven na twee omwentelingen.
De cadanssensor installeren
OPMERKING: als u deze sensor niet hebt, kunt u deze taak overslaan.
TIP: Garmin adviseert u om uw fiets op een standaard te zetten tijdens het installeren van de sensor.

- Selecteer de bandmaat die goed om uw crankarm past
. De geselecteerde band moet de kleinste zijn die over de crankarm past. - Plaats en houd de platte zijde van de cadanssensor aan de binnenzijde van de crankarm aan de kant zonder aandrijving.
- Trek de banden
om de crankarm en bevestig ze aan de haken
op de sensor.
- Draai de crankarm om te controleren of er voldoende ruimte is. De sensor en banden mogen geen enkel onderdeel van uw fiets of schoen raken.
OPMERKING: de LED knippert vijf seconden groen om activiteit aan te geven na twee omwentelingen. - Maak een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en banden om er zeker van te zijn dat er geen schade is.
De sensoren koppelen met uw toestel
De eerste keer dat u een draadloze sensor met uw toestel verbindt via ANT+®- of Bluetooth-technologie, moet u het toestel en de sensor koppelen. Nadat ze zijn gekoppeld, maakt het toestel automatisch verbinding met de sensor wanneer u een activiteit start en de sensor actief en binnen bereik is.
OPMERKING: de koppelingsinstructies verschillen voor elk compatibel Garmin-toestel. Raadpleeg de gebruikershandleiding.
- Breng het compatibele Garmin-toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
- Blijf tijdens het koppelen 10 m (33 ft.) uit de buurt van andere draadloze sensoren. Draai de crankarm of het wiel twee omwentelingen om de sensor te activeren. De LED knippert vijf seconden groen om activiteit aan te geven. De LED knippert rood om een laag batterijniveau aan te geven. Indien beschikbaar, koppelt u de sensor via ANT+-technologie.
OPMERKING: de sensor kan worden gekoppeld met maximaal twee Bluetooth-toestellen en een onbeperkt aantal ANT+-toestellen.
Nadat u de eerste keer hebt gekoppeld, herkent uw compatibele Garmin-toestel de draadloze sensor automatisch telkens wanneer deze wordt geactiveerd.
Garmin ConnectTM
Met uw Garmin Connect account kunt u uw prestaties volgen en contact leggen met uw vrienden. Het geeft u de hulpmiddelen om elkaar te volgen, analyseren, delen en aan te moedigen. Leg de gebeurtenissen van uw actieve levensstijl vast. U kunt uw gratis Garmin Connect account aanmaken wanneer u uw toestel koppelt met uw telefoon via de Garmin Connect app.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een rit met uw toestel hebt voltooid, kunt u synchroniseren met de Garmin Connect app om die activiteit te uploaden en zo lang als u wilt te bewaren.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde informatie bekijken over uw fitness en indoor activiteiten, inclusief tijd, afstand, verbrande calorieën, snelheidstabellen en aanpasbare rapporten.

Uw activiteiten delen: U kunt contact leggen met vrienden om elkaars activiteiten te volgen of links naar uw activiteiten plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Uw instellingen beheren: U kunt uw toestel- en gebruikersinstellingen aanpassen op uw Garmin Connect account.
De snelheidssensor koppelen met uw smartphone
Wanneer u de snelheidssensor koppelt met de Garmin Connect app, kunt u fietsactiviteiten met gegevens over snelheid en afstand vastleggen en uploaden zonder een ander Garmin-toestel te gebruiken. De snelheidssensor moet rechtstreeks via de Garmin Connect app worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth-instellingen op uw smartphone.
OPMERKING: de cadanssensor kan niet worden gekoppeld met de Garmin Connect app en worden gebruikt als een zelfstandige sensor.
- Installeer en open de Garmin Connect app vanuit de app store op uw smartphone.
- Breng uw smartphone binnen 3 m (10 ft.) van de snelheidssensor. OPMERKING: Blijf tijdens het koppelen 10 m (33 ft.) uit de buurt van andere draadloze sensoren.
- Draai het wiel twee omwentelingen om de snelheidssensor te activeren. De LED knippert vijf seconden groen om activiteit aan te geven. De LED knippert rood om een laag batterijniveau aan te geven.
- Selecteer een optie om de snelheidssensor aan uw Garmin Connect account toe te voegen: Als dit het eerste toestel is dat u hebt gekoppeld met de Garmin Connect app, volgt u de instructies op het scherm. Als u al een ander toestel met de Garmin Connect app hebt gekoppeld, selecteert u in het menu
of
de optie Garmin-toestellen > Toestel toevoegen en volgt u de instructies op het scherm.
Toestelinformatie
Door gebruiker te vervangen batterijen
Raadpleeg de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
De batterij van de snelheidssensor vervangen
Het toestel gebruikt één CR2032-batterij. De LED knippert rood om een laag batterijniveau aan te geven na twee omwentelingen.

- Zoek de ronde batterijklep
aan de voorkant van de sensor.
- Draai de klep tegen de klok in totdat de klep los genoeg zit om te worden verwijderd.
- Verwijder de klep en de batterij
. - Wacht 30 seconden.
- Plaats de nieuwe batterij in de klep, met inachtneming van de polariteit.
OPMERKING: beschadig of verlies de O-ringafdichting niet. - Draai de klep met de klok mee zodat de markering op de klep is uitgelijnd met de markering op de behuizing.
OPMERKING: de LED knippert enkele seconden rood en groen nadat de batterij is vervangen. Wanneer de LED groen knippert en vervolgens stopt met knipperen, is het toestel actief en klaar om gegevens te verzenden.
De batterij van de cadanssensor vervangen
Het toestel gebruikt één CR2032-batterij. De LED knippert rood om een laag batterijniveau aan te geven na twee omwentelingen.

- Zoek de ronde batterijklep
aan de achterkant van de sensor. - Draai de klep tegen de klok in totdat de markering naar ontgrendeld wijst en de klep los genoeg zit om te worden verwijderd.
- Verwijder de klep en de batterij
. - Wacht 30 seconden.
- Plaats de nieuwe batterij in de klep, met inachtneming van de polariteit.
OPMERKING: beschadig of verlies de O-ringafdichting niet. - Draai de klep met de klok mee totdat de markering naar vergrendeld wijst.
OPMERKING: de LED knippert enkele seconden rood en groen nadat de batterij is vervangen. Wanneer de LED groen knippert en vervolgens stopt met knipperen, is het toestel actief en klaar om gegevens te verzenden.
De batterij van de cadanssensor vervangen
OPMERKING: Gebruik deze instructies voor productmodellen met een muntsleuf op de batterijklep.
Het toestel gebruikt één CR2032-batterij. De LED knippert rood om een laag batterijniveau aan te geven na twee omwentelingen.

- Zoek de ronde batterijklep
aan de achterkant van de sensor. - Draai de klep tegen de klok in totdat de markering naar ontgrendeld wijst en de klep los genoeg zit om te worden verwijderd.
- Verwijder de klep en de batterij
![]()
- Wacht 30 seconden.
- Plaats de nieuwe batterij in de klep, met inachtneming van de polariteit.
OPMERKING: beschadig of verlies de O-ringafdichting niet. - Draai de klep met de klok mee totdat de markering naar vergrendeld wijst.
OPMERKING: de LED knippert enkele seconden rood en groen nadat de batterij is vervangen. Wanneer de LED groen knippert en vervolgens stopt met knipperen, is het toestel actief en klaar om gegevens te verzenden.
Specificaties SPEED SENSOR 2 en Cadence Sensor 2
| Batterijtype | Door gebruiker te vervangen CR2032, 3 V |
| Levensduur batterij | Ongeveer 12 maanden bij 1 uur per dag |
| Opslag snelheidssensor | Maximaal 300 uur aan activiteitgegevens |
| Bedrijfstemperatuurbereik | Van -200 tot 600C (van -40 tot 1400F) |
| Draadloze frequentie/protocol | 2,4 GHz @ 4 dBm nominaal |
| Waterbestendigheid | IEC 60529 IPX71 |
Probleemoplossing
Mijn toestel maakt geen verbinding met de sensoren
- Als uw toestel geen verbinding maakt met de snelheid- en cadanssensoren, kunt u deze tips proberen.
- Draai de crankarm of het wiel twee omwentelingen om de sensor te activeren.
- De LED knippert vijf seconden groen om activiteit aan te geven. De LED knippert rood om een laag batterijniveau aan te geven.
- Vervang de batterij als de LED niet knippert na twee omwentelingen.
- Schakel Bluetooth-technologie in op uw smartphone of Garmin-toestel.
- Koppel de sensor met uw toestel via ANT+-technologie.
OPMERKING: als de sensor al is gekoppeld met twee Bluetooth-toestellen, moet u koppelen via ANT+-technologie of een Bluetooth-toestel verwijderen. - Verwijder de sensor van uw Garmin-toestel om het koppelingsproces opnieuw te proberen.
- Verwijder de snelheidssensor uit de Garmin Connect app en de Bluetooth-instellingen op uw smartphone om het koppelingsproces opnieuw te proberen.
Referenties
Download handleiding
Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.
Download Handleiding Garmin SPEED SENSOR 2, CADENCE SENSOR 2
om de wielnaaf en bevestig deze aan de haak
op de sensor.
om de crankarm en bevestig ze aan de haken
op de sensor.
of
de optie Garmin-toestellen > Toestel toevoegen en volgt u de instructies op het scherm.