Verifiëren van de IP-instellingen
U kunt de instellingen verifiëren door het bedieningspaneel te gebruiken, het printerinstellingenrapport af te
drukken of met behulp van de ping-opdracht.
Controle van de instellingen met behulp van het bedieningspaneel
1 Druk op de knop
2 Druk op de knop
3 Druk op de knop
4 Druk op de knop
5 Druk op de knop
Controleer het IP-adres dat op het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Controle van de instellingen met behulp van het printerinstellingenrapport
1 Druk het printerinstellingenrapport af.
Zie "Rapport/Lijst" voor informatie over het afdrukken van de printerinstellingenrapport.
2 Controleer of het juiste IP-adres, subnetmasker en Gateway-adres in het printerinstellingenrapport onder Netwerk
(bekabeld) of Netwerk (draadloos) staan.
Als voor het IP-adres 0.0.0.0 wordt aangegeven (de fabrieksinstelling), dan is er nog geen IP-adres toegewezen.
Zie "Een IP-adres toewijzen" als u een adres aan uw printer wilt toewijzen.
Controle van de Instellingen met de ping-opdracht
Stuur een pingverzoek naar de printer en controleer of deze reageert. Doe dit bijvoorbeeld op een
netwerkcomputer door in de commandoregel het woord "ping" te tikken, gevolgd door het nieuwe IP-adres van de
printer (bijvoorbeeld 192.168.0.11):
ping 192.168.0.11
Als de printer actief is op het netwerk, krijgt u een respons.
64
Instellen van het IP-adres
(Menu).
totdat Beheerinstellingen is gemarkeerd en druk dan op de knop
totdat Netwerk is gemarkeerd en druk dan op de knop
totdat TCP/IP is gemarkeerd en druk dan op de knop
totdat IPv4 is gemarkeerd en druk dan op de knop
(Instellen).
(Instellen).
(Instellen).
(Instellen).