nadat u de printer uit en weer in hebt geschakeld.
Bijvoorbeeld: ou=colortrackv3,dc=win2003ad,dc=colortrack.dc=net
Aanmeldingsnaam
Geef de aanmeldingsnaam op voor toegang tot de directoryserver met LDAP-verificatie. Geef de naam op van een gebruiker
met de bevoegdheid om de LDAP-server bij te werken. De wijziging wordt van kracht nadat u de printer uit en weer in hebt
geschakeld.
Wachtwoord
Geef het wachtwoord op voor toegang tot de directoryserver met LDAP-verificatie. Geef het wachtwoord op van een gebruiker
met de bevoegdheid om de LDAP-server bij te werken, met gebruik van 1 tot 127 alfanumerieke tekens. Als het wachtwoord
leeg wordt gelaten (NULL) kunt u zich niet aanmelden bij een server. De wijziging wordt van kracht nadat u de printer uit en
weer in hebt geschakeld.
Voer het wachtwoord opnieuw in
Bevestig door het wachtwoord nogmaals in te voeren.
Time-out bij zoeken
Specificeer hoe lang de printer moet wachten op zoeken naar de server. Als u een time-outperiode wilt opgeven voor zoeken,
selecteert u Wachten en stelt u een tijd in tussen de 5 en 120 seconden. Als u geen time-outperiode wilt instellen, selecteert
u de Wachtlimiet voor LDAP-server. De wijziging wordt van kracht nadat u de printer uit en weer in hebt geschakeld.
LDAP-verificatie
Geef de verificatiemethode van de LDAP-server op.
Bij gebruik van de Dell™ Printer Configuration Web Tool
1. Start Dell Printer Configuration Web Tool.
a. Open de web-browser.
b. Voer het IP-adres van de printer in de web-browser in.
Zie
"Dell Printer Configuration Web
2. Selecteer Afdrukserverinstellingen.
3. Klik op het tabblad Beveiliging.
4. Selecteer LDAP-verificatie.
Bevestig de verificatiemethode.
Als u een tekststring toevoegt aan de UserID stelt u Inschakelen in voor Toegevoegde tekenreeks
gebruiken.
Als u Inschakelen instelt voor Toegevoegde tekenreeks gebruiken, voert u de toegevoegde tekststring in in
Tekenreeks toegevoegd aan gebruikersnaam.
Tool".