Terug naar inhoud pagina
Digitale certificaten gebruiken
Beheer van certificaten
De kenmerken instellen
De verificatiefunctie die gebruikmaakt van digitale certificaten versterkt de beveiliging bij het verzenden van afdrukgegevens
of het instellen van gegevens.
In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de onderstaande punten behandeld hoe u digitale certificaten beheert.
"Een digitaal certificaat
"Een digitaal certificaat
"De instellingen van een digitaal certificaat
"Een digitaal certificaat
"Een digitaal certificaat
OPMERKING:
Het hierboven beschreven externe certificaatbeheer is alleen beschikbaar als de optionele harde schijf is
geïnstalleerd en is ingesteld op Aan voor Codering.
OPMERKING:
Nadere inlichtingen over fouten in verband met het digitale certificaat vindt u onder
printerberichten" en
Beheer van certificaten
Voorbereiden
Coderingsinstelling wijzigen
Sommige onderdelen zijn alleen van kracht als Aan is geselecteerd voor Codering. Wijzig de coderingsinstelling in Aan en stel
een sleutel in die vereist is voor het coderen, indien nodig.
VOORZICHTIG:
Alle op de optionele harde schijf opgeslagen bestanden worden gewist als de coderingsinstelling wordt
gewijzigd.
OPMERKING:
Voor de coderingssleutels kunt u uitsluitend de tekens 0 t/m 9, a t/m z, A t/m Z en NULL-waarden
invoeren.
Bij gebruik van het operatorpaneel
1. Druk op de knop Menu.
2. Druk op de knop
3. Druk op de knop
4. Druk op de knop
importeren"
instellen"
bevestigen"
verwijderen"
exporteren"
"Probleem met digitaal
certificaat".
totdat het Beheermenu is gemarkeerd en druk dan op de knop
totdat Systeeminstell. is gemarkeerd en druk dan op de knop
totdat Gegevenscodering is gemarkeerd en druk dan op de knop
"Begrip van
(SET).
(SET).
(SET).