Basisprincipes van de scanner
B
Knop langzame modus
C
Stopknop
D
Startknop
Lampjes
A
Lampje
Gereed
B
Lampje
Langzame
modus
C
Scannerpos
itielampje
D
Lampje
voor
storingen
>
Knoppen en lampjes op het bedieningspaneel
Hiermee vertraagt u de invoersnelheid tijdens het scannen.
Het lampje brandt wanneer deze optie is ingeschakeld.
Druk in de volgende situaties op deze knop:
❏ Wanneer originelen regelmatig vastlopen.
❏ Wanneer u dunne originelen laadt.
❏ Hiermee annuleert u het scannen.
❏ Hiermee sluit u de modus voor automatische invoer af.
❏ Hiermee start u het scannen.
❏ Druk op deze knop wanneer u de binnenzijde van de
Aan: de scanner is gereed voor gebruik.
Knipperen: de scanner is aan het scannen, wacht om te gaan scannen, is aan het
verwerken of is in slaapstand.
Uit: de scanner kan niet worden gebruikt, omdat de stroom is uitgeschakeld of omdat
een fout is opgetreden.
Dit lampje brandt wanneer de langzame modus is ingeschakeld.
Dit lampje gaat branden wanneer de scanner in de positie voor verticale doorvoer
staat.
Er is een fout opgetreden. Zie "Foutindicatoren" voor meer informatie.
23
>
scanner reinigt.
Lampjes