Configuratie
De Control Box is geschikt voor verschillende soorten machines en toepassingen. Het systeem kan worden ingesteld
op een bepaalde dodeband, gain, laser rotatiesnelheid, machinesnelheid, hydraulische druk en oliestroom,
installatieparameters en omstandigheden op het bouwterrein of in het veld. De door de gebruiker in te stellen
parameters zijn dodeband, gain en LED-indicators. De twee draaiknoppen dienen voor het instellen van de op-niveau
dodeband (10) en gain (12), terwijl de DIP-schakelaars (11) dienen voor instelling van de LED-indicators. De
schakelaars bevinden zich achter het paneel. Om bij de schakelaars te komen, draait u de twee schroefknoppen
linksom en verwijdert u het paneel van de Control Box.
Op-niveau dodeband (nauwkeurigheid) draaiknop (10)
De op-niveau dodeband draaiknop (10) heeft 16 posities. De dodeband kan worden ingesteld door de
knop rechtsom te draaien van "0" (nul), de laagste waarde, tot "F," de hoogste waarde. In onderstaande
tabel zijn de dodeband instellingen voor elke schakelstand weergegeven. Elk cijfer en elke letter staat voor
een verhoging van de waarde met ca. 2,5 mm (0,10 inch).
0
mm
0
inch
0
8
mm
20,0
inch
0,8
NB: de LR30 gebruikt 10 posities van "0" t/m "A" voor een dodeband bereik van 25,5 mm. In posities "B" t/m "F"
blijft de dodeband 25,5 mm. De LR50 en LR60 gebruiken alle posities.
Voorbeelden:
Een dodeband instelling van "5" komt overeen met 12,5 mm (0,5 inch).
Een dodeband instelling van "A" komt overeen met 25,5 mm (1,0 inch).
De standaard instelling van de dodeband is "8" oftewel 20,0 mm (0,8 inch).
1
2
2,5
5,0
0,1
0,2
9
A
22,5
25,5
0,9
1,0
3
4
7,5
10,0
0,3
0,4
B
C
28,0
30,5
1,1
1,2
– 7 –
5
6
12,5
15,0
0,5
0,6
D
E
33,0
35,5
1,3
1,4
7
17,5
0,7
F
38,0
1,5