Ingebruikneming van het apparaat
Bonensysteem instellen
Na de eerste ingebruikneming ver-
schijnt de vraag, of u het bonensysteem
wilt instellen. De koffieautomaat helpt u
als u de bonenreservoirs voor het eerst
wilt vullen en een naam wilt geven.
Tip
Ja
aan.
Als u
kiest, verschijnt de assistent
Nee
voor het instellen van het bonensy-
steem niet meer.
Bonenreservoir vullen
Tip: Open telkens slechts 1 deksel om
te voorkomen, dat de bonensoorten
vermengd worden.
Verwijder 1 deksel.
Vul dit reservoir met de eerste bonen-
soort.
Plaats het deksel terug.
Herhaal deze stappen voor de beide
andere bonenreservoirs.
Tip: Noteer eventueel de bonensoorten.
Als de bonenreservoirs gevuld zijn,
geeft u de bonensoorten een naam.
De bonensoorten een naam geven
De 3 bonenreservoirs verschijnen als
volgt in het display.
28
Soort A
Soort C
Als u de naam van de bonenreservoirs
wijzigt, let dan op het volgende:
- Kies kernachtige namen (max. 8 te-
kens).
- Als u 2 of alle bonenreservoirs dezelf-
de naam geeft (omdat u slechts 1
soort bonen gebruikt), zorg dan dat u
de naam op exact dezelfde wijze
schrijft.
Voer de gewenste naam voor bonen-
reservoir
Soort A
Voer nu de naam voor de andere 2
bonenreservoirs in.
In het display verschijnt
u de bonensoorten aan de koffiedran-
ken toewijzen.
Bonensoorten toewijzen
De gekozen koffiedranken worden met
gemarkeerd.
Kies een bonensoort.
Kies nu de koffiedrank, die u met de-
ze bonensoort bereiden wilt.
Kies de volgende bonensoort en wijs
deze aan andere koffiedranken toe.
Soort B
in en tip
Opslaan
aan.
Nu kunt
Verder.