Tik op het pictogram
passen.
Fietsprofiel
U kunt uw fietsprofiel(en) aanpassen en bekijken.
Sensoren
U kunt twee fietsen instellen (Fiets 1 of Fiets 2) op de Rider 60. Ze kunnen beide dezelfde
snelheid- en/of cadenssensoren gebruiken. Of elke fiets krijgt een eigen instelling voor de
snelheid- en cadenssensoren.
De sensor verbinden
U moet de sensoren dragen of installeren zodat de gegevens
naar uw Rider 60 worden overgebracht. Zie Installatie
van hartslagmonitor/installatie van dubbele snelheid-/
cadenssensor in de Bijlagen voor uitgebreide instructies.
De Rider 60 T-serie heeft de sensor voor u verbonden. Deze
detecteert de sensor automatisch als de sensor geactiveerd is
en goed werkt. Als u apart een sensor koopt, moet u deze met
de Rider 60 verbinden om uw sensorten met het apparaat te
koppelen. Ga als volgt te werk om de sensor te verbinden:
1.
Schakel de Rider 60 in.
2.
Installeer of draag de sensoren.
3.
Tik op de hoofdpagina op het pictogram
Instellingen te openen.
Fietsprofiel > Fiets 1 of Fiets 2 > Sensoren.
4.
Selecteer
Instellingen
onderaan de hoofdpagina om uw persoonlijke instellingen aan te
Instellingen (1/2)
Instellingen (2/2)
om de pagina
Handleiding Rider 60
25